Niet veel later zijn we alweer in een ander land: Italië. En nu geen grensovergang meer!
We rijden op de snelweg naar Trieste. Het landschap is nog meer heuvelachtig. Die snelweg is nu een opeenvolging van tunnels en viaducten.
Trieste is met Italië verbonden door een smalle strook bergland langs de Golf van Trieste die slechts enkele kilometer breed is en 28 kilometer lang tot de stad Mondalcone. Wij gaan richting de oude stad Udine en zullen daar ergens een hotel moeten zoeken.
na de Karpaten zien we nu de Dolomieten
Het is niet in de stad, maar in de buitenwijken ten noorden van de stad - in Tomutti - dat we uiteindelijk terecht komen. Opnieuw een hotel dat ook is verbonden met een wijnmakerij!
We lezen in het hotel dat San Daniele slechts 24 km ver is.
we vonden een slaapplaats bij een wijnboer - het zicht vanuit onze kamer
De Prosciutto di San Daniele is de tweede meest bekende ham van Italie. Deze hesp lijkt op de Parma ham, maar is iets lichter van kleur en zachter van smaak. De San Daniele ham ontleent haar naam aan het dorpje San Daniele waar zij wordt gedroogd. Het bijzondere van dit plaatsje is dat hier de koele lucht uit het noorden en de warme lucht vanuit de Adriatische zee samenkomen boven een rivier die als natuurlijke geleider fungeert. Deze omstandigheden dragen bij tot het creëren van de verfijnde smaak van de San Daniele.
Het zou zonde geweest zijn moesten we niet de beroemde hesp gaan proeven zijn in een van de vele restaurants die meestal alleen maar ham met brood of slaatjes serveren.
San Danieli - gekend om zijn Prosciutto ham - we zijn gaan degusteren
en het was heerlijk
Naar Oostenrijk
Een fles witte wijn is het geschenk dat we meekrijgen van de hotelbaas in Tenutti. Vandaag naar Tirol in Oostenrijk. De omgeving van Innsbruck is ons doel. Een rit van 300 km door de Dolomieten langs meestal secundaire wegen in een stralende zon.
De weg langs Brunico naar de Brennerpas hebben we al meerdere keren gereden ook met de motor. Die weg is er altijd zeer druk en het is nu niet anders. Sinds we hier laatst waren is de weg gemoderniseerd met enkele tunnels, we hebben geen files.
de dorpjes liggen verscholen aan de voet van de Dolomieten
We gaan de Brennerpas niet op maar nemen de weg naast de snelweg. Langs die weg zie je die machtige kunstwerken - bruggen en viaducten - hoog op de hellingen. Ik las vroeger dat het onderhoud van de Brennerpas meer dan 20.000€ per maand zou kosten. De bouw van de Brennerpas in de huidige vorm begon in 1959 en het is pas in 1971 dat de aansluiting met de snelwegen werd gerealiseerd. Rome liet al in het jaar 195 tot 215 de weg over de Alpen plaveien die was toen ook al strategisch belangrijk. In 2005 werd begonnen met de bouw van een 55 km lange spoorweg tunnel. Hij zal de tweede langste tunnel ter wereld zijn als hij in 2032 zal af zijn.
we rijden naar de Brennerpas
de autostrade van de Brennerpas komen we regelmatig tegen
We rijden richting Ravenna. Al zovele malen zijn we de stad voorbijgereden en nooit zijn we er afgestapt om de wereld vermaarde mozaïeken te bezichtigen.
Wij hebben een hotel in een vroeger paleis in het centrum van de oude stad dichtbij de belangrijkste sites.
ons hotel in Ravenna - Palazzo Galletti Abbiosi hotel
Lieve nam de lift naar de kamer
de stad ademt geschiedenis uit
We zochten een wijnrestaurant op: Ca de Ven - heerlijke Sagenovese Appasimento
Ravenna staat om één reden op de toeristische kaart: de 1500 jaar oude kerken, versierd met de beste Byzantijnse mozaïeken van het westen. De kerken en mozaïeken van de stad dateren uit de tijd (ca. 400-600 na Christus) toen het het centrum van de westerse beschaving was - een beschaving in transitie, van Romeins naar barbaars naar Byzantijns naar middeleeuws.
Het Baptisterium van de orthodoxen of het Baptisterium van Neon in Ravenna, Italië is een achthoekig baptisterium uit circa 458. 'Orthodox' betekende in die tijd 'niet-ariaans', omdat de arianen als ketters beschouwd werden. Bisschop Orso gaf opdracht tot de bouw als onderdeel van een grote basilica
de grote doopvont in de Battisterio Neoniano
Dirk is aan het lezen om wat meer te weten te komen
mooie mozaiek
Lieve haar verhaal:
Een 60 jaar geleden kreeg ik in Gent, gedurende vijf jaar twee uur per week kunstgeschiedenis van een ongelooflijk goede docent de heer Poppe. Soms moest hij zijn tranen beheersen toen hij ons zijn passie over bepaalde kunstwerken wou overbrengen. Ravenna, met zijn vermaarde mozaïeken, was er één van. Dirk stelde voor een ommetje te maken langs Italië en Ravenna te bezoeken. Ik was enorm geëmotioneerd
door dit bezoek!
De Aartsbisschoppelijke kapel is een kapel in de Italiaanse stad Ravenna die rond het jaar 500 gebouwd is. Het bouwwerk is het kleinste van de acht monumenten in Ravenna die op de werelderfgoedlijst staan. De kapel was een privé-gebedsruimte van de aartsbisschop van Ravenna
De Basilica di San Vitale, 1400 jaar oud, is op zich al indrukwekkend genoeg. San Vitale kan worden gezien als de laatste van de oude Romeinse kunst en de eerste van de christelijke jaartelling. Deze kerk was het prototype voor de Hagia Sophia in Constantinopel die 10 jaar later werd gebouwd en inspireerde Karel de Grote om de eerste grote kerk in Noord-Europa te bouwen in zijn hoofdstad Aix-la-Chapelle, het huidige Aken.
Het mausoleum van Galla Placidia, aan de overkant van de binnenplaats van de basiliek, is het bescheiden ogende kleine mausoleum met de oudste - en voor velen de meest waardevolle - mozaïeken in Ravenna. Vijfennegentig procent van de mozaïeken hier zijn originelen, daterend uit de laat-Romeinse periode, toen Ravenna de hoofdstad was van een afnemend Westen.
de mozaieken vloer bij de ingang gaf ons al veel verwachtingen
Basilica di San Vitale - wat een meesterwerk
Basilica di San Vitale
Dirk zit vol bewondering te kijken naar dit kunstwerk
Het mausoleo werd in het jaar 425 gebouwd door de Romeinse keizerin Galla Placidia. Al werd het lichaam van Galla Placidia nooit in dit mausoleum te rusten gelegd, is het toch de moeite waard om een bezoek te brengen vanwege zijn schitterende mozaïeken en reliëfs
het prachtige Mausoleo di Galla Placida - opnieuw overal mozaieken
We reden nog maar pas Italië binnen....en daar was de zon
Over Saarland in Duitsland reden we naar Oostenrijk om in Zuid Tirol na twee dagen aan te komen. We kijken nu uit om een hotel te vinden in de omgeving van Bolzano. We hadden wat uit het oog verloren dat we vlak voor Pasen in een skigebied vertoeven. De overvolle parkings met auto’s met dakkoffers vertellen ons dat een hotelkamer vinden geen makkie wordt tenzij we bereid zijn meer dan 250 € te betalen zo zeggen de hotel bookings sites. Kamperen is helemaal uitgesloten met temperaturen van net boven het vriespunt.
nog maar net in Italie en de zon is daar
de zon op de besneeuwde bergen - mooi
een sprookjesbeeld
We hadden gehoopt dat het weer beter zou zijn dan in de Balkan landen, de kortere route. We hebben wel zon maar de temperatuur blijft onder de 5°. Het berglandschap in de zon met blauwe luchten en de besneeuwde toppen verzacht de teleurstelling. Gisteren hebben we uiteindelijk een goed hotel gevonden wat meer richting Trente boven op een berg zonder sneeuw.
we rijden bewust niet op de autostrade en krijgen unieke beelden
We rijden nu naar de republiek San Marino. Het kleinste land van Europa.
Na twee dagen bezochten we San Marino, daarna kwamen we opnieuw Italië binnen
Op zoek naar een ferry
Ondertussen hebben we op Goede vrijdag - morgen dus - een Ferry kunnen reserveren die vertrekt uit Brindisi en aankomt in Igumenitsa het noorden van Griekenland. Afvaart om 13 uur en aankomst 22 u. maar voorzichtig, we zijn in Italië, en tijds opgaven zijn hier niet zo precies.
We rijden op de snelweg richting zuiden om de 700 km trip in de kortste tijd te kunnen rijden. Met 105 km per uur zijn we iets sneller dan de vele vrachtwagens maar trager dan de meeste personenauto’s. Hoe groter de auto hoe sneller ze rijden. Dat herinnert me de jaren 70 toen waren in Italië twee snelheidslimieten een voor kleine auto’s en één hogere limiet voor grotere.
Ostuni in de verte
Ostuni
Ostuni - de witte stad - is ons eindpunt vandaag. Morgen middag vertrekt de Ferry in Brindisi en dat is slechts 50 km verder.
De stad ligt in de regio Apulië op een heuvel op acht kilometer afstand van de Adriatische kust is al vanaf grote afstand te zien. De bijnaam van de stad is Città Bianca vanwege de witte kleur van de huizen. Op het hoogste punt van de stad staat de bruinkleurige kathedraal met zijn kleurige majolica koepel.
Een parkeerplaats vinden voor de FJ dicht bij de oude stadskern met zijn smalle steile straatjes is een uitdaging. Uiteindelijk lukt het ons maar we moeten toch 800 meter wandelen. We klimmen en dalen in de soms zeer smalle steegjes waar dan ook nog auto’s willen doorrijden
wat een pareltje
op wandel in Ostuni
op wandel in Ostuni
Het goede restaurant dat we uitkozen om te dineren konden we telefonisch niet reserveren want gesloten! Niet ver van de kathedraal vinden we een alternatief in een ondergrondse grot. Volgens de eigenaar het eerste restaurant van de stad in 1950!
eens kijken hoe het restaurant gekwoteerd staat
we zijn binnen gestapt en genieten van een Sauvignon Blanc
De Grimaldi Ferry reis
Met ons digitaal ticket moeten we nog inchecken. Het is nog maar 10 uur en er staat al een lange rij vrachtwagen chauffeurs aan te schuiven. Wij moeten aan een naburig loket onze boordkaartjes ophalen. We hebben inmiddels kennis gemaakt met Monique en Jean, een Bretoens koppel dat met een camper ook naar Turkije wil.
in Brindisi nemen we de boot naar Griekenland
Het is al even na twee uur als we de boot kunnen oprijden. Het ziet ernaar uit dat we een rustige overtocht zullen beleven want weinig wind. Gisteren was dat nog 6 Beaufort!
Niet gehoopt, wel verwacht is het middernacht als we de boot in Igoumenitsa uitrijden. Ons hotel ligt op een steenworp met zicht op zee.
Het is onze bedoeling om helemaal naar het uiterste zuiden van Italië, naar Basilicata, te rijden. Niet via de snelste route, maar vooral over kleine wegen, op zoek naar verborgen plekjes en toeristische juweeltjes die je niet zomaar in elke reisgids tegenkomt.
onze eerste overnachting was in Kempten Duitsland en we zochten een Mexicaan op
na een lange rit hadden we dorst gekregen
We zijn ondertussen aan onze derde reisdag en zijn net aangekomen in Tignale, hoog boven het Gardameer.
De eerste reisdag, goed voor 753 kilometer, bracht ons tot Kempten in de Allgäu, vlak bij de Duits-Oostenrijkse grens. De helft van de rit kregen we echt hondenweer voorgeschoteld: regen, regen en nog eens regen. Niet bepaald het weer waarvoor je een roadtrip begint, maar gelukkig is de stemming in de auto daar niet van afhankelijk.
in Heiterwang ziet het weer er niet denderend uit
wow
Maandag 21 september reden we verder richting Zuid-Tirol. Laaghangende wolken maakten ons het zicht op de Zugspitze onmogelijk. In Imst kwam de zon er gelukkig door en ook de weersverwachting voor de komende dagen zag er veelbelovend uit.
we reden door Oostenrijk - hier een typisch Oostenrijks dorpje
we kozen ervoor om een stukje door Zwitserland te rijden
Na onze rit door Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland zijn we zijn in Italië
We overnachtten in Glurns, het kleinste stadje van Zuid-Tirol. Het is een bijzonder plaatsje: achter de volledig bewaarde middeleeuwse stadsmuren liggen smalle straatjes, oude huizen en karakteristieke stadspoorten. Glurns heeft daardoor iets van een openluchtdecor, maar dan wel een waar nog gewoon mensen wonen en het dagelijkse leven doorgaat. Even rondwandelen door het kleine historische centrum was dan ook een mooie onderbreking van onze reis.
even wandelen door Glurns, een merkwaardig dorpje
In Zum Grunen Baum kregen we geen ontbijt meer - waar nu naartoe?
Vanmorgen lieten we Glurns achter ons en trokken verder zuidwaarts. De bergen maakten geleidelijk plaats voor een milder landschap en uiteindelijk bereikten we het Gardameer.
Op naar het zuiden… en zoals altijd geldt voor ons: de reis is minstens zo belangrijk als de bestemming.en liefst ver van de drukte.
Wij zijn aan onze derde dag en net aangekomen in Tignale aan het Garda meer.
onderweg - sprookjesachtig
mooie en leuke rit
Tignale
Het piepkleine dorpje Tignale, ooit deel van de Venetiaanse Magnifica Patria (de Riviera di Salò), trok ons aan. Daarom planden we er een extra nacht. De extra dag was een tegenvaller: het had 25° moeten worden, maar de zon raakte niet door de mist, met als gevolg een magere 17°.
Met een staalblauwe lucht en nu wél 25° dalen we langs de steile bergflank over ontelbare haarspeldbochten naar de westelijke oever van het Gardameer. Het is file rijden tot Gargnano, daar waar in 1943 Mussolini tijdelijk verbleef in Villa Feltrinelli. Het verkeer blijft chaotisch en moeizaamen zo bereiken we het elegante Salò. Deze stad was eeuwenlang het bestuurscentrum van de Venetiaanse riviera en werd in 1943–1945 de de facto hoofdstad van de Republiek van Salò, Mussolini’s laatste fascistische staat.
we vonden een hotel in de bergen met zicht op het meer
Het Middeleeuws juweeltje aan de rivier: Borghetto
Verderop in Peschiera del Garda verlaten we het meer en laden we de Tesla bij. Dan door naar Borghetto sul Mincio, een middeleeuws juweeltje aan de rivier. Het imposante Ponte Visconteo (1393–1395) werd gebouwd door Gian Galeazzo Visconti, hertog van Milaan, als versterkte dam-brug om de watertoevoer naar Mantua te controleren.
Op 30 mei 1796 streed hier Napoleon Bonaparte zelf: in de Slag bij Borghetto dwong hij met zijn Franse leger de oversteek van de Mincio af tegen de Oostenrijkers. De overwinning opende de weg naar het beleg van Mantua en markeerde een belangrijke stap in zijn Italiaanse veldtocht.
De ingang van het Middeleeuws dorpje Borghetto sul Mincio
indrukwekkend
heel toeristisch - Borghetto sul Mincio wordt een van de mooiste dorpen van Italië genoemd
op de achtergrond zien we Castello Scaligero met zijn drie ophaalbruggen
wandelen in Borghetto sul Mincio
hier zijn nog verschillende watermolens
Sabbioneta
Dan volgt Mantova, de stad van de Gonzaga’s. Van 1328 tot 1707 regeerde deze familie hier en maakte er een van de briljantste renaissancehoven van Italië van. Andrea Mantegna schilderde er de Camera degli Sposi, Giulio Romano ontwierp het Palazzo Te, en de stad is samen met Sabbioneta sinds 2008 UNESCO-werelderfgoed.
Dertig kilometer verderop komen we in Sabbioneta, de “ideale stad” die Vespasiano Gonzaga tussen 1556 en 1591 vanuit het niets liet bouwen. Met haar hexagonale muren, strakke stratenplan en het vroegste permanente theater van Europa is het een bijna perfect bewaard voorbeeld van renaissance-stedenbouw.
In Parma, ooit een Romeinse kolonie (183 v.Chr.) langs de Via Aemilia, hebben we een B&B aan de rand van de stad gereserveerd. In 1545 schonk paus Paulus III de stad aan zijn zoon Pier Luigi Farnese, waarmee het hertogdom Parma ontstond. Onder de Farnese’s bloeide de stad cultureel op; later werd ze beroemd om haar gastronomie – Parmigiano-Reggiano, Prosciutto di Parma en de rijke keuken die hier tot op de dag van vandaag wordt gevierd.
en wat dachten jullie wat we aten in Parma?
Betoverende oversteek door de Apennijnen
Vrijdag 25 september stond in het teken van de oversteek van Emilia-Romagna naar het groene hart van de Lunigiana en Garfagnana. Vanuit het historische Parma kozen we voor de kronkelende wegen die ons dieper de Apennijnen in voerden.
Onze eerste stop was Borgo Val di Taro, de sfeervolle eethoofdstad van het dal die bekendstaat om haar vermaarde porcini-paddenstoelen. Hierna slingerden we door naar het karakteristieke bergdorpje Berceto, een historisch rustpunt langs de oude Via Francigena-pelgrimsroute met steile steegjes en een indrukwekkende romaanse kathedraal. Vanaf daar begon de echte klim naar de iconische Passo della Cisa.
heerlijk kuieren op een typisch Italiaans pleintje in Fivizzano
Alfogato voor Dirk en een Italiaanse koffie voor Lieve
Langs poortsteden en de ruige Garfagnana
Eenmaal afgedaald kwamen we in Pontremoli, het noordelijke poortstadje van Toscane met zijn middeleeuwse stenen bruggen. Wat zuidelijker strekt zich de groene vallei van de Garfagnana uit, omringd door de machtige Apuaanse Alpen en de Apennijnen. Met een hoogste top van 1947 meter (de Monte Pisanino) vormen de rivieren Magra en Serchio samen met de Middellandse Zee de natuurlijke grenzen van deze indrukwekkende bergketen.
Lieve aan Ponte della Maddalena of de Duivelsbrug
Het pact van de Duivelsbrug
In dit gebied ligt ook de beroemde Ponte della Maddalena over de rivier de Serchio, een brug met een lange geschiedenis vol bijzondere legendes. Wanneer de bouw van deze spectaculaire brug precies is begonnen, weet niemand meer zeker, maar waarschijnlijk gebeurde dit rond het jaar 1100 in opdracht van Matilde di Canossa.
Al uit die periode stamt de bekendste legende waaraan de brug haar bijnaam heeft te danken: de Ponte del Diavolo (Duivelsbrug). Volgens het verhaal was de meesterbouwer Saint Julian wanhopig omdat de bouw zo zwaar was en traag vorderde. Hij besloot een pact met de duivel te sluiten: de duivel zou de brug in één nacht voltooien, in ruil voor de ziel van het eerste levende wezen dat overstak. Saint Julian was de duivel echter te slim af en liet als eerste een hond de brug oversteken... Het schijnt dat de duivel vandaag de dag nog steeds woedend is!
Dirk is de Duivelsbrug opgelopen
Rust in de bergen
Verder afzakkend langs de rivier kwamen we door Villafranca in Lunigiana, een historisch doorgangsdorp rijk aan kasteelruïnes, waarna we via het elegante Fivizzano nog dieper de bergen in trokken.
De dag eindigde in een sfeervolle maar met de Tesla moeilijk bereikbare B&B in het piepkleine, verstilde bergdorpje Roggio — te midden van de ruige natuur, op een plek waar de tijd echt even heeft stilgestaan.
Van de bergstilte naar de Toscaanse heuvels
Zaterdag lieten we ons rustige bergtoevluchtsoord Roggio achter ons en begonnen we aan een veelzijdige rit door het hart van Toscane. Onze eerste stop beneden in het dal was Bagni di Lucca. Dit elegante stadje staat al sinds de Romeinse tijd bekend om zijn heilzame thermale bronnen en kende in de 19e eeuw zijn absolute bloeitijd als luxueus kuuroord voor de Europese elite en beroemde dichters zoals Lord Byron en Shelley. Het was er druk en chaotisch Italiaans, geen tijd voor een kuur…
wandeling in Volterra
Een bliksemstop aan de kust en klim naar de Etrusken
Vanuit het dal vervolgden we onze weg richting de kust voor een praktische tussenstop: een korte laadsessie van 10 minuten bij de Livorno Supercharger. Met een volle batterij lieten we de zeelucht al snel achter ons en klommen we landinwaarts omhoog naar Volterra waar we al een paar keer door kuierden bij vroegere bezoeken.
Dit magische stadje torent hoog boven het Toscaanse landschap uit. Volterra ademt historie met zijn duizenden jaren oude Etruskische muren, een prachtig bewaard gebleven Romeins theater en een eeuwenoude ambachtstraditie van albastbewerken.
De laatste kilometers van de dag brachten ons terug naar Arezzo, een van de meest sfeervolle en rijke cultuursteden van Oost-Toscane. Beroemd om haar schuin aflopende Piazza Grande, de makkelijk herkenbare middeleeuwse geschilderde paleizen.
Het was al bijna 20 uur toen we de parking van ons hotel opreden. En op zaterdagavond was het enige restaurant dat we nog konden boeken om 21 uur het pizza restaurant op wandel afstand van ons hotel!
Zondag 20 september. Van het Glazende water naar de wieg van de Abruzzen
De reis van vandaag voert ons dwars door de ruige ziel van Midden-Italië. Het is een tocht waarop indrukwekkende berglandschappen, onneembare vestingen en meeslepende verhalen naadloos in elkaar overvloeien.
Spiegelingen in de Monti Sibillini
Onze ochtend begint in de stilte van het Nationaal Park Monti Sibillini, waar we na weeral veel haarspeldbochten aan het turquoise water van Lago di Fiastra aankomen. Dit sprookjesachtige meer ontstond pas in de jaren vijftig toen de Fiastrone-rivier werd ingedamd voor elektriciteitswinning. Onder de spiegelende waterspiegel schuilt echter een veel oudere geschiedenis: verzonken valleien waar menselijke nederzettingen al sinds de Romeinse tijd en het neolithicum een afgezonderd bestaan leidden, gekoesterd door lokale mythen en traditioneel berglandleven.
Lake Fiastra
Het Laatste Bastion van de Bourbons
We laten de rust van het meer achter ons en slingeren over panoramische wegen naar het noorden van de Abruzzen. Al vanuit de verte verrijst op een steile rotskam een indrukwekkend silhouet: Civitella del Tronto.
Hier torent een van de grootste en machtigste militaire complexen van Europa uit boven het landschap. Eeuwenlang vormde deze vesting de onverwoestbare noordgrens van het Koninkrijk Napels tegen de Kerkelijke Staat. Het fort staat bekend als het laatste Bourbon-bolwerk: toen Italië in 1861 werd verenigd, weigerden de soldaten in de kazerne zich over te geven. Pas dagen ná de officiële stichting van het koninkrijk viel de vesting.
Bezoek aan Citta Di Civitella Del Tronto
Het was de bedoeling met de drone een paar foto’s te schieten maar we moeten nog een eind naar
L’ Aquila…’Wij zijn wel door het smalste steegje van Italië geklommen!
Er zijn grote zwarte wolken komen opdagen die het zicht op de bergketen, waar we over moeten, beletten! Dat ziet er onheilspellend uit. En bovenover belanden we zeer kort na het verlaten van de parking aan de voet van de vesting op een zeer geaccidenteerde steile piste richting dal.
La Ruetta - Het smalste straatje van Italie
Dirk waagt zich in het smalle straatje
Dirk is boven geraakt
de vesting
tja...de ouderdom laat zich voelen
Campo Imperatore: Klein Tibet in het Avondlicht
Na een korte laadstop in Teramo ,het is al late namiddag, rijden we de weg omhoog, waar de indrukwekkende hoogvlakte die langzaam in de donkere wolken verdween. Terwijl we stegen, hulde een sprookjesachtige mist het berglandschap in mysterie, maar eenmaal boven priemde de zon er fantastisch doorheen. Met een frisse 11 °C op de thermometer en een wegvallend internetsignaal voelde de wereld op ruim 1.800 meter hoogte heerlijk geïsoleerd.
hoeveel haarspeldbochten we reden weten we niet meer
rijden in de mist en in de bergen is niet makkelijk
de mist is weg en de zon gaat onder
Door de schijnbaar eindeloze horizon, het ontbreken van bomen, de ruige stilte en de passerende kuddes staat deze magische plek in het Gran Sasso-massief niet voor niets bekend als Piccolo Tibet. Een adembenemend stukje desolate schoonheid op het dak van Italië, waar de tijd even leek stil te staan voordat we in het invallende duister de afdaling inzetten richting L'Aquila.
L'Aquila, de historische hoofdstad van de Abruzzen, beschut door de gigantische toppen van het Gran Sasso-massief.
De stad werd in de dertiende eeuw gesticht volgens een legendarisch plan: 99 omliggende bergdorpen sloegen de handen ineen en bouwden samen één grote stad. Elk dorp kreeg er zijn eigen plein, kerk en fontein, een historisch verbond dat nog altijd voortleeft in de iconische Fontana delle 99 Cannelle.
L'Aquila is niet alleen een stad van keizers en pausen — zo werd paus Celestinus V hier in 1294 gekroond in de roze-wit gestreepte Basilica di Santa Maria di Collemaggio — maar vooral van bewonderenswaardige veerkracht. Na de verwoestende aardbeving van 2009 is het historische hart met veel liefde en geduld gerestaureerd. Vandaag de dag bruist het centrum weer vol passie, een prachtige afsluiting van een dag vol Italiaanse geschiedenis.
l' Aquilla de hoofdstad van de Abruzzen
Van de Fonteinen van L'Aquila naar het Groene Hart van Molise
Gisteren lieten we L'Aquila achter ons voor een schitterende tocht door het zuidelijke bergland van Abruzzo, om uiteindelijk neer te strijken net ten zuiden van het charmante Isernia. Het werd een dag vol majestueuze bergpassen, historische stadjes en de ontspannen rust van Midden-Italië.
Een Verse Start in Sulmona
Na onze vertrek uit L'Aquila slingerde de weg ons al snel richting Sulmona, een elegante stad genesteld aan de voet van het imposante Majella-gebergte. Bekend als de geboorteplaats van de klassieke dichter Ovidius én als het centrum van de confetti (de kleurrijke, ambachtelijke suikeramandelen), vonden we hier de perfecte plek voor onze eerste stop. Met uitzicht op de bogen van het indrukwekkende middeleeuwse aquaduct strekten we de benen en genoten we op een terrasje van een heerlijk glas versgeperste sinaasappelsap in de ochtendzon.
een Romeins aquaduct in Sulmona
Via de Hoogvlaktes naar Roccaraso en Castel di Sangro
Vanaf Sulmona meanderde de weg gestaag omhoog over het weidse plateau van de Altopiano delle Cinque Miglia. Het landschap werd ruiger naarmate we Roccaraso naderden, een geliefd bergdorp op ruim 1.200 meter hoogte. Het dorp leek ons verlaten. In afwachting van het winter skiseizoen?
Niets te doen daar dus zakten we langzaam af naar Castel di Sangro, schilderachtig gelegen aan de oever van de rivier de Sangro. Dit historische stadje vormt de poort naar het Nationaal Park Abruzzo, Lazio e Molise en combineert een levendig centrum met een rijke historie. De monumentale basiliek, die we bereikten langs steile steegjes met blinkende kasseien geplaveid hoog boven de straatjes uitgetild, leek over het dal te waken alsof de tijd er had stilgestaan.
In Castel di Sangro reden we in steile straatjes naar de Basiliek
we rijden door Berenland
De Grens over naar Isernia
In de namiddag lieten we Abruzzo achter ons en staken we de grens over naar Molise, een van de meest ongerepte en authentieke regio's van Italië. De route bracht ons in Isernia, een stad met diepe wortels die teruggaan tot de Romeinse tijd.
We reden nog een klein stukje verder naar het zuiden van de stad, waar de glooiende heuvels zich hulden in het zachte licht van de invallende avond. De perfecte afsluiting van een prachtige reisetappe door de Apennijnen.
we rijden mooie heuvelsteden voorbij, hier Toro
Van de onbekende Heuvels van Molise naar het Land van de Aglianico
Vandaag lieten we de glooiende heuvels ten zuiden van Isernia achter ons en zetten we koers naar een geheel nieuwe regio: Basilicata. Onze bestemming is Rionero in Vulture, het kloppend hart van een van Italië’s meest geprezen maar best bewaarde geheimen op het gebied van wijn.
Na een heerlijke, rustige nacht net ten zuiden van Isernia begonnen we aan de rit richting het oosten en zuiden. Het landschap transformeerde langzaam van de dichte eikenbossen en kalkstenen rotsen van Molise naar de weidse, gemaaide graanvelden en glooiende contouren van het grensgebied tussen Puglia en Basilicata. Via kronkelende binnenwegen over de Apennijnen lieten we de bewoonde wereld even achter ons, genietend van de uitgestrekte stilte die dit deel van Italië zo uniek maakt.
in Ascoli Satriano smaakte de capuccino goed
In de Schaduw van de Monte Vulture
Naarmate we Basilicata naderden, veranderde de omgeving opnieuw opvallend. In het landschap verrees een machtige, uitgedoofde vulkaan: de Monte Vulture. De donkere, minerale vulkanische grond rondom deze berg vormt een uiterst vruchtbare oase die haast afsteekt tegen de drogere omringende heuvels.
Onze route bracht ons naar Rionero in Vulture, een karakteristiek stadje dat op de flanken van deze oude vulkaan ligt. Rionero is al eeuwenlang verknoopt met de mijnbouw, landbouw én de mythische geschiedenis van de briganti (vrijbuiters en struikrovers) die zich in de negentiende eeuw in de dichte bossen rond de vulkaan schuilhielden.
aangekomen in de streek van de Aglianico
Proeven van de 'Barolo van het Zuiden'
Onze bestemming vandaag is het hart van de Aglianico-druif. We verblijven in Rionero in Vulture, een sfeervol wijndorp aan de voet van de Monte Vulture, een uitgedoofde vulkaan. Wie hier rondkijkt, ziet niet de strakke, meetkundig aangelegde wijnhellingen die je bijvoorbeeld uit Piemonte kent. Op de heuvelflanken domineren vooral aloude olijfgaarden, afgewisseld met af en toe een verborgen wijngaard.
De ware magie van deze streek schuilt dan ook in het wijnglas. Het gebied staat wereldwijd bekend om de Aglianico del Vulture, een robuuste en complexe rode wijn die door fijnproevers niet voor niets de Barolo van het Zuiden wordt genoemd. De unieke combinatie van een rijke vulkanische bodem, koele berglucht en de intense zuidelijke zon geeft deze druif zijn diepe kleur, stevige tannines en een verfijnd aroma van rijp zwart fruit, kruiden en vuursteen.
in de verte Melfi met zijn kasteel van de 11 de eeuw
we rijden het historisch centrum van Melfi binnen
Melfi Castello
Ondergronds erfgoed
Diezelfde vulkanische bodem speelt ook onder de grond de hoofdrol. In Barile en Rionero in Vulture vind je het historische hart van de lokale wijnproductie: de cantine ipogee. Dit zijn eeuwenoude gangenstelsels en kelders die rechtstreeks uit de zachte vulkanische rotsen (tufo) zijn gehouwen. Dankzij de constante koele temperatuur en hoge luchtvochtigheid bieden ze al eeuwenlang de perfecte natuurlijke omstandigheden om de wijn te laten rijpen.
In Barile wandel je door de wijk Parco delle Cantine (ook wel Shesh genoemd). Hier werden vanaf de vijftiende eeuw honderden grotten uitgehakt door de Arbëreshë, een Albanees volk dat naar Zuid-Italië vluchtte. Het levert een sprookjesachtig landschap op van rustieke houten deuren die direct in de rotswand zijn gebouwd. Ook onder ons eigen verblijfplaats Rionero schuilt zo'n uitgebreid netwerk van ondergrondse gangen dat complete woonwijken onderkelderd.
we gaan de kelders die rechtstreeks uit de zachte vulkanische rotsen zijn gehouwen gaan bekijken
de streek waar de kelders die rechtstreeks uit de zachte vulkanische rotsen zijn gehouwen
De kratermeren van Monticchio
Na het ondergrondse avontuur brengt een ritje richting de top van de oude vulkaan ons bij de Laghi di Monticchio. Verscholen in de aloude krater van de Monte Vulture liggen twee spiegelgladde meren: het Lago Grande en het Lago Piccolo. Ze worden slechts gescheiden door een dunne strook land en zijn volledig omarmd door dichte, eeuwenoude beuken- en eikenbossen.
Hoog boven het kleinste meer schittert de helderwitte Abbazia di San Michele, een benedictijnenabdij die spectaculair tegen de rotswand is gebouwd. Vanaf hier heb je een adembenemend uitzicht over het smaragdgroene water — de perfecte plek om de dag af te sluiten met een goed glas lokale wijn.
1 oktober – Van Rionero in Vulture via Castelmezzano naar Matera
We zijn door de wirwar van straatjes van Rionero in Vulture geraakt en zijn nu op weg naar Matera. Volgens de Tesla zouden we Matera zonder tussentijds laden kunnen bereiken, maar daar nemen we geen risico mee. Op zo’n 20 kilometer van Matera ligt een snelle niet-Tesla-lader van 300 kW, waar we met onze Tesla-laadpas terechtkunnen. De prijs is wel bijna het dubbele van wat we doorgaans bij Tesla betalen, maar we hoeven niet veel bij te laden. Bovendien heeft ons hotel in Matera een laadpaal.
We rijden opnieuw door een indrukwekkend berglandschap, ditmaal door de Lucanische Dolomieten. Castelmezzano is onze volgende tussenstop. Daarvoor verlaten we in Albano di Lucania even de hoofdroute en rijden we nog zo’n 20 kilometer verder. Na een tunnel verschijnt aan de rand van de bergen plots het verscholen Castelmezzano.
Het dorp ligt spectaculair in het hart van Basilicata, bijna tegen de rotswand aangeplakt. Zandkleurige huizen klimmen tegen de berg omhoog en daarboven steken grillige rotspieken scherp af tegen de hemel.
de mooi gelegen stadjes bovenop de heuvels
We laten de Tesla achter op parking 2 aan de rand van het dorp en dalen te voet de steile helling af. Auto’s van niet-inwoners zijn in het dorp trouwens niet toegelaten. Met onze grote Tesla zouden we er overigens ook niet veel kunnen beginnen. In Roggio, hoog in de bergen ten noorden van Matera, waren we eerder tijdens deze reis al in een benarde situatie geraakt toen we probeerden onze B&B met de auto te bereiken. We hebben dus geleerd!
Castelmezzano - mooi gelegen
Via smalle, zeer steile straatjes en trappen bereiken we uiteindelijk het dorpscentrum, de enige echt vlakke plek van Castelmezzano. Zoals zo vaak in Italiaanse bergdorpen staat ook hier de kerk centraal.
Castelmezzano heeft zijn middeleeuwse karakter opvallend goed behouden. Op sommige plaatsen lijkt het zelfs alsof de huizen rechtstreeks uit de rotsen zijn gegroeid. De ligging is spectaculair, maar het is vooral de combinatie die ons aanspreekt: de ruige natuur, de stilte en het authentieke Zuid-Italiaanse dorpsleven.
Geen grote boulevards, geen massatoerisme, maar een klein dorp dat zich op een haast onmogelijke manier tussen de bergen en rotsen heeft genesteld.
we stappen naar beneden om het dorpje Castelmezzano te bezoeken.
dit is wel een fotootje waard
's avonds genieten we een lekkere wijn van de Aglianico druif
Matera – na negen jaar terug
Na negen jaar zijn we opnieuw in Matera. En hoewel we de stad al kennen, blijft het bijzonder om hier terug te zijn. Bovendien is Matera nog altijd volop in ontwikkeling.
De stad is wereldberoemd om haar Sassi: eeuwenoude woningen en kerken die rechtstreeks in de zachte kalksteen zijn uitgehouwen. Eeuwenlang leefden hier hele families in eenvoudige grotwoningen, vaak onder bijzonder moeilijke omstandigheden.
Vandaag vormen de Sassi een indrukwekkend labyrint van straatjes, trappen, grotwoningen en rotskerken. De oude stad ligt spectaculair boven en tegen de diepe Gravina-kloof en wordt daarom ook wel de ‘stad van steen’ genoemd.
Matera werd in 1993 opgenomen op de UNESCO-Werelderfgoedlijst en was in 2019 Europese Culturele Hoofdstad. De bijzondere, bijna Bijbelse uitstraling van de stad trok bovendien verschillende filmmakers aan. Zo werden hier onder meer scènes voor The Passion of the Christ opgenomen.
een mooi overzicht van Matera aan de Belvedere
wandelen in het historische gedeelte van Matera
Matera – van ‘nationale schande’ tot toeristische trekpleister
Het is moeilijk voor te stellen wanneer je vandaag door de sfeervol gerestaureerde Sassi wandelt, maar nog niet zo lang geleden was Matera een van de armste plaatsen van Italië.
Na de Tweede Wereldoorlog waren de Sassi nog steeds dichtbevolkt. Duizenden mensen leefden er in uiterst eenvoudige omstandigheden, vaak zonder stromend water, riolering of voldoende hygiëne. Gezinnen woonden soms samen met hun dieren in dezelfde grotwoning.
In de jaren 1950 bestempelde de Italiaanse overheid de situatie zelfs als een ‘nationale schande’. De bewoners werden uiteindelijk verplicht om de Sassi te verlaten en te verhuizen naar nieuwe woonwijken buiten de oude stad.
Daarna raakten de oude wijken grotendeels verlaten en vervielen de grotwoningen steeds verder. Pas vanaf de jaren 1980 kwam langzaam een herwaardering en restauratie op gang. De Sassi werden opnieuw ontdekt en veel van de oude woningen werden gerestaureerd. Vandaag zijn ze opnieuw bewoond of ingericht als restaurants, kleine hotels, woningen en musea.
Misschien is juist die opmerkelijke geschiedenis wat Matera zo fascinerend maakt. In nauwelijks twee generaties veranderde deze plek van de ‘schande van Italië’ in een van de meest bijzondere en geliefde steden van het land.
En terwijl we er na negen jaar opnieuw door de oude straatjes wandelen, is het moeilijk om niet even stil te staan bij die enorme verandering.
Na ons verblijf in Matera trekken we verder richting de Ionische Zee. In Nova Siri hebben we voor twee nachten geboekt. Het is maar een ritje van ongeveer 100 kilometer, dus vandaag doen we het rustig aan.
Nova Siri blijkt een heel ander soort plaats te zijn dan Matera. Het is hier bijzonder rustig, en met de nadruk op rustig. We zijn begin oktober en het lijkt wel alsof het dorp zijn winterslaap al begonnen is. Op straat is nauwelijks iemand te zien.
Ook de kust maakt niet meteen de indruk van een gezellig Italiaans vakantieoord. Geen boulevard vol terrasjes of strandbars, maar een brede, stenige zandvlakte langs de zee. Het is er vrijwel verlaten. Misschien ziet Nova Siri er in de zomer helemaal anders uit, maar begin oktober heeft het vooral iets verlatens.
de verlaten kustweg van Nova Siri
strand aan de ionische zee in Nova Siri
Rotondella – het balkon boven de Ionische Zee
Op zo’n twintig kilometer van Nova Siri ligt Rotondella, hoog op een 600 meter hoge heuvel. Het dorp wordt niet voor niets “il balcone dello Ionio” genoemd: vanaf hier kijk je ver uit over de Ionische Zee en de kustvlakte.
We besluiten erheen te rijden en komen terecht in zo’n typisch Zuid-Italiaans avontuur waarbij je niet helemaal zeker weet waar je uiteindelijk uitkomt.
we zien Rotondella pronken in de zon
Google Maps blijkt in Rotondella namelijk niet bepaald onze beste vriend. Het stratenplan van het oude centrum is verre van volledig en ook een kaartje dat we bij een gesloten toeristisch informatiepunt vinden, blijkt weinig bruikbaar.Dus doen we het maar op de ouderwetse manier.
wandelen in Rotondella
Het oude centrum is klein en ligt als een spiraal rond de heuvel. Smalle straatjes, trappen en doorgangen lopen tussen de oude huizen door. We wandelen zonder veel plan en komen zo nu en dan weer op een plek waar het uitzicht over de Ionische kust zich plots opent.
Dat uitzicht is eigenlijk de grootste verrassing van Rotondella. Vanaf het dorp zie je de kustvlakte ver onder je liggen en daarachter de blauwe Ionische Zee. Je begrijpt meteen waarom de inwoners hun dorp het ‘balkon van de Ionische Zee’ noemen.
Na het indrukwekkende Matera is Rotondella natuurlijk een heel andere ervaring. Geen wereldberoemde Sassi, geen toeristische drukte en zelfs geen fatsoenlijk kaartje om ons de weg te wijzen.We dwalen een beetje rond, zoeken zelf onze weg en ontdekken ondertussen een dorp dat duidelijk niet op massatoerisme is ingesteld.
Rotondella heeft bovendien een lange geschiedenis. In het historische centrum zijn nog oude stenen huizen, palazzi en resten van vroegere verdedigingswerken terug te vinden. Het dorp werd in de zestiende eeuw opnieuw opgebouwd nadat de vroegere nederzetting door aanvallen was verwoest.
Rotondella, stadje van smalle steegjes en trappen
Dirk heeft zijn auto gevonden
Maratea en de Cristo Redentore
5 oktober – Gisteren hebben we besloten om twee nachten in Hotel Martino te blijven. Een goede beslissing, want vanaf ons terras hebben we een schitterend uitzicht over de azuurblauwe Golf van Policastro. Recht tegenover ons rijst de bijna 600 meter hoge, kale rots van Monte San Biagio op. Helemaal boven op het plateau staat het imposante Christusbeeld van Maratea. Van hieruit lijkt het wel over de hele kust te waken.
dat beeld zagen we vanop het balkon van onze kamer
samen genieten van het landschap
we vinden het hier zalig......
Dat beeld, de Cristo Redentore, is met zijn 21 meter hoogte een van de herkenningspunten van Maratea. Het werd in 1965 ontworpen door de Florentijnse beeldhouwer Bruno Innocenzi, in opdracht van de industrieel graaf Stefano Rivetti. Het beeld is gemaakt van gewapend beton, afgewerkt met wit cement en marmer uit Carrara. Met een armspanwijdte van maar liefst 19 meter is het een indrukwekkende verschijning. Alleen de beroemde Christus van Rio de Janeiro is groter.
Een leuk detail is dat het gezicht van het beeld zo gevormd is dat het vanop afstand lijkt alsof Christus naar de zee kijkt. In werkelijkheid is dat niet zo. Voor de scheepvaart is het beeld al meer dan zestig jaar een opvallend herkenningspunt aan deze kust.
Boven op de berg in Maratea bevindt zich een beeld van Christus de verlosser
We rijden vandaag met de Tesla helemaal naar boven. De weg slingert met haarspeldbochten langs de berg omhoog en loopt tot op het plateau, waar aan het begin een parking ligt. Van daaruit zijn het beeld, de Basilica di San Biagio en de resten van het oude Maratea Superior vlakbij.
De basiliek bewaart de relieken van de heilige Biagio, de patroonheilige van Maratea. Rondom liggen de resten van het oude, ommuurde Maratea, dat hier ooit hoog op de berg lag. Het dorp werd later verlaten en verplaatste zich geleidelijk naar de huidige historische kern.
en Dirk vindt dit uiteraard heel leuk
fameuze haarspeldbochten
Lieve aan de Cristo
Maar het mooiste is misschien wel het uitzicht. Vanaf de voet van de Cristo Redentore kijken we 360 graden uit over de grillige kust, de kleine baaien en de bergen van Basilicata. Onze rustige dag in Maratea begint alvast met een panorama dat moeilijk te overtreffen is.
het zicht van bovenop de berg San Biagio
Daarna rijden we naar het oude centrum van Maratea. Een wirwar van smalle straatjes, kleine pleintjes, oude huizen en kerken, allemaal tegen de berghelling gebouwd. Maratea telt opvallend veel kerken voor zo’n kleine plaats en wordt niet voor niets de parel van de Tyrreense kust van Basilicata genoemd.
Vandaag geen lange rit en geen haast. We hebben onszelf twee nachten cadeau gedaan en kunnen dus vooral genieten van deze bijzondere plek. Na ongeveer 3.500 kilometers door Europa en Italië is dat misschien wel precies wat we nodig hebben.