www.worldtravellers.be

 
If you cannot read Dutch, you can choose any language with the google translate tool

BRAZILIË

Onze foto's
Onze filmpjes
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Brazilië
 
 

Waar is de grens?

We zijn deze namiddag ook het dorp voorbij gereden waar gisteren 4 mensen werden vermoord door terroristen. Wij weten niet of de staat van beleg nu werkelijk in uitvoering is of niet. De verschillende politieposten die we voorbijrijden zijn daar al een tijdje en wel omwille van de controle ter preventie van de drugstrafiek tussen Brazilië en Paraguay en niet omwille van de terroristische acties.
Wij denken dat we de grens naderen en willen nog voltanken in Paraguay want de benzine in Brazilië is bijna even duur als in Europa. Wij zijn effectief aan de grens in het stadje Pedro Juan Cabaillero. Maar waar is de grens?


Er is een grootwarenhuis ‘Shopping China Importados’ met een grote afgesloten parking en ernaast nog een warenhuis. Voor de parking zijn er een reeks ronde punten en drie parallelwegen en op een van die wegen zien we een Paraguaanse vlag en aan de andere zijde de Braziliaanse. Maar behalve grasperken en palmbomen zien we geen officiële gebouwen. Waar in godsnaam is nu de grens?


Even vragen aan een paar man in burgerkledij, die wagens controleren aan een van de ronde punten. De douane is zes blokken in die richting, mijnheer. Daar rijden we nu heen. Links van de weg merken we de ene bandenspecialist na de andere op en is er druk van binnen en buitenrijdende auto’s, die allen een nieuw stel banden willen kopen of hebben gekocht. We zien dat de meeste wagens de witte Braziliaanse nummerplaat dragen. Maar zijn we nu al in Brazilië?
Het heeft ons wat moeite gekost de situatie te doorgronden. Links van deze weg is Paraguay en de derde parallelstraat rechts is Brazilië. Immigratie en toldiensten van Paraguay waren effectief 6 ‘cuadra’s’ verder en de Braziliaanse douanediensten bevinden zich recht tegenover de gebouwen van Paraguay maar er zijn drie straten tussen!
We hebben enkel de immigratie van Paraguay open gevonden en de stempels in onze passen gekregen. Douane Paraguay is gesloten in het weekend en dat geldt ook voor de douane van Brazilië en de Braziliaanse immigratie dienst van de federale politie. Deze laatste bevinden zich dan nog eens 11 blokken verder in een zijstraat van de derde parallelweg.

De puzzel hebben we door, maar we moeten wachten tot maandag 9 uur vooraleer we onze papieren kunnen krijgen, eerst van de Paraguaanse douane, dan terug keren 11 ‘cuadra’s’ naar de Braziliaanse federale politie dan weer terug over de derde parallelweg naar de Braziliaanse douane voor de invoervergunning van onze FJ.

In feite is Pedro Juan Cabaillero in Parguay en Punta Pora in Brazilië een stad.  Aan de ene kant van de weg verstaan ze Spaans aan de andere kant niet, daar is het Portugees.

     

Eindelijk in Brazilië.

Maandag 26 april 11u30, we hebben alle stempels en vergunningen. We hebben nu ook nog moeten vaststellen dat het aan de Paraguaanse zijde van de stad een uur later is dan aan de Braziliaanse! Dus is het eigenlijk maar 10u30!
Het regent pijpenstelen en de lucht is grauw maar het is 26°. We rijden terug naar Paraguay naar de supermarkt om nog wat drinken en Yoghurt te kopen. Gisteren hebben we toch Reals uit de muur kunnen halen. In de warenhuizen op Paraguyaans grondgebied betaal je met Braziliaanse Real. Simpel toch!

We rijden in de kletsende regen richting Oost, nadat we eerst de GPS hebben gevolgd richting West. Gezien het weer en de staat van de wegen, hebben we geopteerd voor de lange weg 420 kilometer asfalt tegenover 275 rode gladde slijkweg. Daarom hebben we rechtsomkeer gemaakt.

Het landschap is monotoon.  Ook hier grote ‘Estancia’s’ maar die heten in Brazilië ‘Fazenda’. Het ziet ernaar uit dat ook hier in de staat Mato Grosso do Sul (onafhankelijk sinds 1977) vele wouden zijn gekapt om landbouwgronden en weidelanden vrij te maken. Op die onmetelijke weiden grazen duizenden vooral witte koeien. Dit zijn afstammelingen van Indische koeien die tegen de grote hitte kunnen tijdens het droogseizoen. Mato Grosso do Sul is een van de 27 federale staten die Brazilië uitmaken.

Af en toe rijden we voorbij kleine nederzettingen. Aan de kant van de weg hebben zich landbouwers ‘zonder grond’ in houten skelet en zwart plastiek optrekjes geïnstalleerd. Waarom, en wat doen die daar?


We zijn de laatste dagen al flink richting evenaar geëvolueerd en dat is ondermeer te merken aan de lengte van de dagen. Rond vijf uur wordt het al donkerder en om 17u30 is het donker. Het is nu half zes en we rijden de parking van de Pousada ‘Muito Bonito’ in het stadje Bonito binnen.

     

Pantanal in Mato Grosso.


Klik op de kaart voor vergroting

Pantanal is Portugees voor moeras, waterrijk gebied. Dit gebied is het grootste moerasgebied in de wereld en heeft een oppervlakte groter dan de helft van Frankrijk. Hoewel het sinds het jaar 2000 behoort tot UNESCO werelderfgoed is het vandaag nog steeds bedreigd door boskapping en industrialisering. Pantanal strekt zich uit over twee staten Mato Grosso en Mato Grosso do Sul in het middenwesten van Brazilië en reikt tot aan de grenzen van Bolivia en Paraguay.
De Rio Paraguay die over 600 km door het gebied loopt heeft slechts een verval van 30 meter. Omwille daarvan kan het regenwater uit de hogere noordelijke gebieden dat langs ontelbare stromen wordt aangevoerd, slechts langzaam naar het zuiden afvloeien.

Tijdens het regenseizoen, dat duurt van november tot mei, staan de lagere gebieden metersdiep onder water. Daardoor is een complex gebied van Savannes, reusachtige gebieden overstroomd land, waterrijke bossen en droge bossen en een mozaïek van stromen, meren en lagunas ontstaan, die in grootte jaarlijks wisselen tussen droog en regenseizoen.

Tijdens het regenseizoen verzamelen zich het vee en de wilde dieren in de droge bossen en ook op de hoger gelegen oevers van de rivieren die door sediment afzettingen zijn ontstaan of nog gevormd worden.

In deze vreemde omgeving leven meer dan 665 verschillende vogels, meer dan in gans Europa, en ornithologen betwijfelen dat alle soorten al ontdekt zijn. Onder de 123 soorten roofdieren is er de Jaguar, Poema en de Ozelot. Er zijn grote buideldieren de reuzenotter, het reuzengordeldier, de tapir meer dan 300 vissoorten en er leven 35 miljoen kaaimannen zonder de ontelbare soorten reptielen en amfibieën te vergeten.


Het gebied wordt ernstig bedreigd niettegenstaande zijn UNESCO bescherming. Dierenhuiden, vogels en vissen worden op de zwarte markt voor veel geld verkocht. De Braziliaanse regering stuurt steeds meer zwaar bewapende bewakers naar het gebied om toezicht te houden. Er zijn de Ethanol fabrieken die ongezuiverd water in de rivieren lozen, er is ook de toenemende teelt van soja en suikerriet. De inzet van grote landbouwmachines versnelt de erosie en beïnvloedt de toevloed van water naar de rivieren. Een recente studie toont aan dat, indien de ontwikkeling zo doorgaat, er in 2050 niets meer van het gebied overblijft.
Sinds enkele tientallen jaren heeft zich hier een Ecotoerisme ontwikkeld. De Pantanal kan men verkennen door middel van de lokale Fazenda’s. Deze landbouwbedrijven bieden slaapplaatsen aan en verkenningstochten. In het zuiden zijn er vele enkel te bereiken met het vliegtuig.

     

Bonito en de Rio's
De telefooncellen in Bonito



Zoals vele hotels en Pousada’s in Bonito heeft ook de Pousada ‘Muito Bonito’ een reisbureau. En alle excursies en evenementen kunnen slechts door bemiddeling van een reisbureau worden gerealiseerd.
Vanochtend bij het ontbijt hebben we kennis gemaakt met Jeanne en Henri uit Marseille. Zij trekken door Zuid Amerika en keren over twee maand na een trek van 12 maand, terug huiswaarts vanuit Caracas in Venezuela. De interessantste excursies liggen soms tot op 55 km afstanden van Bonito en de transporten zijn duur. We hebben de FJ met hun hulp half leeggemaakt en een deel van de achterzetels opgeklapt zodat ze met ons kunnen meereizen.

     

Rio da Prata

De weersvoorspelling was niet bijster hoopgevend. Onweer en dus veel regen. Maar we zijn onderweg naar Rio da Prata en de zon schijnt. Een rit van 55 kilometer zuidwaarts tot aan het punt waar we onze snorkeluitrusting moeten ophalen.

We hebben zopas een briefing gekregen, de wetsuits aangetrokken en we hebben een onderwatercamera gehuurd. We zullen nog moeten zien hoe dat allemaal afloopt in een tot nog toe voor ons onbekend milieu. Feit is dat we twee uur zullen kunnen drijven in wat bekend staat als het zuiverste water ter wereld. Dat het water in de rivieren van Pantanal zo kristalhelder is heeft te maken met de structuur en samenstelling van de bodem: Leisteen en kalk. De onzuiverheden in het water worden ingekapseld en door hun grotere gewicht zakken ze op de bodem van de rivier.

De eerste kennismaking met het milieu is wat vreemd. Van zodra we in het water zijn worden we omringd door tientallen visjes die we normaal gewoon zijn te zien in een aquarium. De kleine visjes zijn best vervelend. Ze zwemmen tussen mijn zwembril en de onderwatercamera en beletten me de camera uit te testen. Ze wegwuiven heeft maar een beperkt effect want ze zijn met tientallen en komen steeds weer terug aanzetten. Ze bijten zelfs in onze kaken en lippen en benen. De grotere exemplaren gedragen zich iets bedaarder en zwemmen statig langs ons heen. Twee uur meedrijven op een kronkelende rivier die op de meeste plaatsen niet dieper is dan een meter, soms zelfs minder, af en toe duikend onder een over het water liggende boom, soms oog in oog met kleurrijke vissen in onvoorstelbaar helder water is een tot nog toe ongekende ervaring in niets vergelijkbaar met andere duikervaringen.

     

Gruta do Lago Azul

Het heeft gisteren toch geonweerd laat op de avond . Het is vandaag woensdag 28 april en de lucht is betrokken, het ziet er naar uit dat we weer regen zullen krijgen. We zien wel als de lucht opentrekt want vandaag staat een bezoek aan de blauwe grot op het programma. De Gruta Azul op 30 km ten westen van Bonito is een van de ontelbare grotten in Pantanal regio.
Het is middag en we zijn ondertussen aangekomen bij de chalet aan de toegang tot het park met de grot. Het regenweer is over en het is vochtig en 35°. Bijna twee uur zegt de gids, hebben we nodig om in de grot af te dalen en terug te komen. De rotstrappen zijn redelijk glibberig en het gaat traag naar beneden. De grot is een grote verticale opening in een kalkrotsformatie. Ze is ongeveer 80 meter hoog en naar schatting 50 meter diep. Onderaan is er een rivier en klein meer. Door de lichtbreking kleurt het water diepblauw. De gewelven zijn bezet met stalactieten. Op zichzelf niets sensationeel ware er niet dat diepblauw water op de bodem van de grot.

Gruta do Agua Azul

     

Rio Sucuri

Rio Sucuri ligt op het grondgebied van een boerderij met 8.500 ha. We hebben de wetsuites al aan en rijden met de pick-up naar de plek waar we in de rivier zullen duiken om 2 uur stroomafwaarts mee te drijven. De gids probeert ons te overtuigen, dat het leven in de rivier opnieuw toeneemt, nadat het was afgenomen doordat de vegetatie rond de stroom was verdwenen door ingrepen van de mens.
De organisatie is wat minder professioneel dan wat we hebben meegemaakt bij de Rio da Prata er waren ook minder vissen maar het leven onder water is opnieuw adembenemend boeiend.

   
     

Naar Corumba.

Zondag 2 mei en we nemen afscheid van Henri en Jeane uit Marseille. Zij gaan richting Brasilia wij verder Noord in Pantanal naar Corumba. Corumba ligt aan de grens met Bolivia op de oever van de Rio Paraguay, 326 km.
Van Bonito tot Miranda, door de Pantanal, rijden wij over een rode aardeweg. Miranda op zondag middag is slapend en alle winkels zijn dicht. Op een plein aan de rand van de stad wordt de geliefkoosde sport beoefend, jawel voetbal. Na Miranda komen we op de hoofdweg die van de hoofdstad Campo Grande komt. Portieken over de weg hebben 2 verkeersborden: opgepast wild en maximum snelheid 80 km/u. De Brazilianen die ons voorscheuren schijnen zich daar niets van aan te trekken. We zien ettelijke kadavers op en naast de weg van dieren die we niet kunnen identificeren. De valken doen er zich te goed aan. De meeste dieren – uitgezonderd vogels – die we langs de weg te zien krijgen zijn koeien. Honderden, ja duizenden witte koeien grazen op de zompige weilanden, de bossen van weleer. Op zowat 140 km van ons doel verlaten we de’ 262’ en slaan rechtsaf, het Nationaal Park binnen.

We zijn nu op een zanderige weg beland en het duurt niet lang vooraleer we over het eerste houten brugje dokkeren. Er zijn er hier meer dan 2.000 in Pantanal.
     

De koeien en de fauna in Pantanal.

Hier krijgen we nog meer kleurrijke vogels te zien dan we al zagen. Kaaimannen zullen we allicht niet zoveel tegenkomen hoewel we het ene houten brugje na het andere overrijden want, water is er in overvloed. Een wat langere brug schijnt niet meer berijdbaar te zijn. Hier moeten we wachten op de overzet maar het is lunchpauze vertelt ons een heer die ook staat te wachten en die een beetje Engels machtig is. Het Portugees is duivels moeilijk te begrijpen en niemand spreekt een andere taal, ook geen Spaans. Het is dus een beetje behelpen, met Spaans zijn er wat gelijkenissen en daarmee proberen we onze plan te trekken. Een zesde taal leren staat niet op de agenda.

Het is snikheet, 37°, de zon brandt en de lucht is even vochtig als in een Turks bad (of toch bijna). Eindelijk komt de overzet aanvaren en kunnen wij over de twee opritten het vlot oprijden. Eens over de rivier rijden wij de pareerplaats aan de Pousada Passo de Lontra op. Er staat een benzinepomp en we kunnen er tanken. Met een volle tank in het park is iets geruststellender, je weet maar nooit waar we verder uitkomen.


De pisteweg is in redelijk goede staat en dat is een meevaller. Hier en daar rijden we een weg voorbij die naar een Fazenda leidt. Die boerderijen zijn afgestemd op toerisme dat hier “Ecotoerisme” wordt genoemd. Je kunt er enkele dagen verblijven en excursies per 4X4, per boot en te paard ondernemen overdag en ’s nachts. Een nacht en twee dagen verblijf kost al gauw 500€….!

We hebben een kaaiman gezien, althans wat er is van overgebleven. Zelfs met het weinige verkeer op deze “Estrada Panantal” komen zij vroegtijdig om, onder de wielen van een wagen.

Capybara’s zien we wel in levenden lijve en ze vluchten niet eens.

Reigers, ooievaars, papegaaien en vele andere fel gekleurde en minder gekleurde vogels vliegen voor de FJ uit. Het is een hele belevenis, het zien van al die fauna.


We hebben met de overzetboot zojuist de Rio Paraguay overgestoken en worden door een tegenligger begroet in het Engels. De zandweg is nu veranderd in grindweg en dat is een beetje minder comfortabel. Er zijn ook minder bomen en meertjes en in de verte zien we zelfs heuvelruggen.
We zijn over de 300 meter hoge heuvelketen gereden langs een behoorlijk steile weg en zijn beland in een bos. De weg mondt uiteindelijk uit op de geplaveide hoofdweg naar Corumba.

     

De gemiste afspraak.

Het Churrascaria restaurant dat we gisterenavond hadden willen bezoeken was dicht en nu staan we aan de ingang van hetzelfde restaurant ook voor gesloten deuren. We waren nochtans deze namiddag ons komen vergewissen of het open zou zijn en dat werd ons door een kelner bevestigd. “Si, si a las siete…”
We hadden afgesproken met twee dames die we deze namiddag hebben leren kennen op een boottrip op de Rio Paraguay. Hier staan we nu en het regent wat minder fel dan in het onweer van zoeven. De twee zusters uit Peru zullen we hoogstwaarschijnlijk niet zien, want in de regen langer dan een kwart uur wachten zien we niet zitten. En tenslotte zijn ze Latijns Amerikanen en daarvan weet je nooit wanneer die (tijdig) op een afspraak zullen aanwezig zijn, ook al werken ze op de Universiteit van Pucallpa in Peru.

  
Ontdekkingen tijdens onze boottrip op de Rio Paraguay

     

Vaarwel Pantanal.

De grensstad Corumba - 100.000 inwoners- is wel de tweede grootste stad van het land maar er valt echt niet veel te beleven. Het is veeleer voor de toerist een uitgangsplaats voor het bezoek aan ‘Pantanal’. We hebben geen shopping gedaan in “Shopping China Importado“ op de grens met Bolivia, we hebben ook geen paard gereden in Pantanal (spijtig).Vermits we nog bijna 4.000 km moeten rijden vooraleer we terug in Buenos Aires zijn beslissen we om door te reizen naar Campo Grande, de hoofdstad, de weg naar de oceaan.
Het heeft vannacht weer geonweerd maar nu schijnt de zon. Door het vele water dat uit de lucht is gevallen is de temperatuur met 10° gezakt tot een 27° en dat is een stuk aangenamer.
De asfaltweg naar Miranda en dan verder naar Campo Grande ( 435 km) is soms in zeer slechte staat.

Zeer regelmatig liggen kadavers van wilde dieren ook kaaimannen op de weg en cirkelen valken en andere roofvogels erboven. Ontelbare reigers en ooievaars zien we en in de moeraswaters naast de weg, een unieke biotoop! Torque Panantal
Politiecontroles zijn er op regelmatige afstanden en vandaag moeten we aan de kant. Er zijn stations van de Militaire politie, de Federale politie en de gemeentelijke politie. De mannen van de Federale politie die ons om de papieren vragen zijn hier pas gedetacheerd voor een periode van twee weken. Zij komen uit de streek ten Noorden van de stad Brasilia en kennen Pantanal niet. Zij zijn vooral benieuwd naar onze belevenissen en onze verdere plannen. Het was een leuke babbel.
     

Dwars door Zuidelijk Brazilië.

De rit van Corumba naar Campo Grande -433 km- gaat, eens we ongeveer halfweg Ti Lalima voorbij zijn, over in golvend terrein en we stijgen. In Campo Grande komen we op 800 meter hoog. Campo Grande met zijn 750.000 inwoners is de hoofdstad van de staat Mato Grosso do Sul. We rijden de stad binnen tijdens het spitsuur maar het verkeer valt best mee dank zij ondermeer de brede lanen die door het centrum lopen. Zonder problemen vinden we het hotel Nacional in het centrum.
Wij zijn vanochtend, 6 mei, al sinds half negen op weg want vandaag moeten we in Londrina zien te komen en dat is ongeveer 650 kilometer. Op die wegen hier is dit een hele uitdaging. Gisteren hebben we een rustdag ingelast en hebben de stad wandelend en rijdend verkend.

Culinair was Campo Grande een verassing. Uitstekende zoetwatervisbereidingen in “La Casa do Peixes” en overvloedige en lekkere sushi en shashimi in “Sushi Café Brasil”.   Het vreemde in Brazilië is dat de schotels enorm groot zijn. De prijzen op een spijskaart gelden voor twee personen en dan nog is het voor onze opvatting ‘veel’. Misschien is dat de reden waarom hier zoveel volslanke mensen rondlopen.(?)


We rijden nu op grondgebied van de staat Sao Paulo en dat is te merken aan de andere wegenbouw. Er zijn wel vier rijstroken maar de meeste auto’s rijden op de linker rijbaan. De rechter laan is meestal in slechtere staat. Zoals gisteren worden we vandaag regelmatig gestopt omwille van wegwerkzaamheden. Gisteren was dat bijzonder stresserend want in het uur waren er soms wel twee stops. De weg wordt dan beurtelings afgesloten voor het verkeer en die afgesloten stroken lopen over meerdere kilometers, soms meer dan 10 km! Gelukkig was er niet al te veel verkeer! Vandaag zijn de wegeniswerken minder storend omwille van de vier rijstroken maar voor die wegen moet tolgeld betaald worden.

Wij rijden al geruime tijd in een golvend landschap, het gaat 50 meter of meer naar beneden en dan weer omhoog, de hellingen zijn sterk en om dezelfde snelheid te houden moet de zware FJ telkens terugschakelen.

Dat zal zeker het benzineverbruik opdrijven en de benzine kost evenveel als in Europa. Aan bepaalde tankstations is het niet altijd mogelijk de geschikte benzine te vinden. Er zijn verschillende kwaliteiten met een groter of kleiner aandeel alcohol. De pure alcohol kost slechts de helft van de normale benzine en daar rijden de meeste kleinere auto’s mee.

We zijn opnieuw in een andere staat: ‘Parana’. We zijn net de Parana rivier overgereden die de grens vormt. Hier in Presidente Epitacio is hij meer dan 7 km breed. Over de bijna gehele breedte reden we over een dijk. Een brug verbindt de dijk met de oevers aan de zijde van Presidente Epitacio. De gronden hier heten zeer vruchtbaar te zijn. De meeste aanplantingen zijn soja en suikerriet op immense velden.


We vorderen redelijk snel en het ziet er naar uit dat we Londrina zullen bereiken vooraleer het donker is. We zijn weer 170 km verder en zijn aan de Rio Paranapanema. Terug zo’n kanjer van een stroom gevoed door ontelbare zijarmen. Ook hier is de rivier de grens van de twee staten. We zijn nu in de staat Santa Catarina aangekomen.
Nog een goede 80 km, en we zijn in Londrina. Een stad gesticht door Engelse kolonisten, vandaar de naam. Het wordt stilaan donker, het is iets over 17 uur. We zijn in de stad Rolandia op 20 km van Londrina. Eigenlijk moeten we morgen van Londrina terug naar Rolandia waarom zouden we dan hier niet overnachten.
We waren de enige gasten in de Pousada Alamanda een SPA resort even buiten de stad. Het was er rustig. Gisterenavond bij de inspectie van de FJ heb ik een brede scheur ontdekt in het PVC dekzeil van de toptent. De scheur was eigenlijk een messnede van 80 cm aan de voorzijde. Vermoedelijk gebeurd op de parking van het hotel of de Shushibar in Campo Grande. De dieven hebben gelukkig voor ons niet het hele zeil stukgesneden om er alles van onder te halen. Nu ontberen we (maar) onze katoenen slaapzakken en pyjama’s.

     

Reizen door het vruchtbare Parana

Vrijdag 7 mei we zijn net vertrokken voor een lange rit richting Atlantische oceaan. We zien wel waar we komen voor het donker is. Eerst nog de tank vullen bij Petrobas. Deze Braziliaanse maatschappij heeft altijd de gepaste benzine maar is ook veruit de duurste. Aan het station worden we warm verwelkomd, ze hadden al gezien dat we vanuit Texas kwamen en wilden meteen meer weten. Maar communiceren, blijft moeilijk met lui die in een Portugees dialect spreken. Er is wel iemand bij die een paar woorden Engels kan en die wat meer bekend is met aardrijkskunde. Die vertelt de anderen dan van onze reis. We hebben ondertussen al 15 minuten oponthoud en kunnen uiteindelijk vertrekken. Alle duimen gaan in de lucht. Dit is in Brazilië het teken voor “ok, in orde, goed!”.
Rolandia is geen grote stad maar het is er wel druk en er zijn de ontelbare verkeersremmers die het doorrijdend verkeer zeer langzaam maken.

De kleine motorfietsen hebben minder hinder van de bulten dwars over de weg. Ze halen links en rechts in aan relatief hoge snelheid en dat is soms schrikken.
We hebben nu meer dan 6 km door de agglomeratie gereden, we zijn al bijna een half uur onderweg en we zijn in een nieuwe agglomeratie terecht gekomen – Arapongas -. Ook hier moeten we aanschuiven. We zijn nog steeds op de rijksweg 369, in Apucarana zullen we de 376 moeten nemen richting Curitiba.

Het landschap is afwisselend en we krijgen regelmatig mooie vergezichten te zien op een weg die over de kammen van de heuvels loopt. De aarde is hier nog steeds fel rood gekleurd (vruchtbare grond van vulkanische oorsprong) en het contrast van braakliggende gronden op de hellingen met het groen en de bomen is fascinerend en zorgt voor afwisseling. We stijgen tot soms 1.200 meter om dan weer te dalen tot 800 meter. De hellingen zijn soms steil en waar het bergaf gaat is er een snelheidsbeperking tot 60 km of zelfs minder.

Vrachtwagens met aanhanger storen zich niet het minst aan deze beperkingen en denderen met adembenemende 80 km per uur of sneller naar beneden, formule 1 piloot Baricello waardig. Op normale wegen is er hier een beperking tot 80 km/u en op snelwegen ( 4 rijbaan wegen met of zonder middenberm) 100 of 110 km/u. Maar niemand houdt zich aan deze snelheidsbeperkingen.

Op sterke afdalingen staan borden die waarschuwen dat er controle per radar is. En effectief hier en daar zien we camera’s en snelheidsmeters. Daar vertraagt het verkeer over 50 meter daarna gaat het weer sneller zoals tevoren.

     

Joinville in Brazilië.

We naderen Curitiba en het goede weer slaat om. Zwarte laaghangende wolken die ieder ogenblik kunnen openbarsten. We zijn in Curitiba en moeten door de stad, het verkeer is spitsuur druk en het is pas 16 uur. De wolken zijn opengebarsten en het giet emmers. Het is nog iets te vroeg om te stoppen vandaag, we rijden tot de volgende stad. Joinville is nog 120 km ver maar de weg ziet er goed uit. We zijn net in het hotel ‘Tannenhof’ aangekomen. Het giet nog steeds.

De rit van Curitiba naar hier was hels. In de kletsende regen rijden de vrachtwagens 100 km per uur. Ze halen elkaar in, in bochten en ook bergaf. De stortregens veranderen het asfalt in watervlakken maar ook dat deert de vrachtwagen racers niet. Ze produceren een watergordijn dat alle zicht tot nul herleidt voor iemand die voorbij zou willen. Inhalen is quasi onmogelijk.

We hebben er dan ook drie uur over gedaan om veilig de laatste 130 km af te leggen en tot het centrum van de stad te rijden. De stad met buitenwijken telt 1 miljoen inwoners. Het is de grootste stad van de staat en vele inwoners zijn van Duitse afkomst. Het is ook de een van de steden met van de hoogste levensstandaard van Brazilië.

Tannenhof zou een hotel in München kunnen zijn. Het grote gebouw oogt Beiers maar ook het personeel is in groen uniform zoals dat in Beieren het geval is. Het hotel is volgeboekt maar er zijn nog luxekamers en die krijgen we voor de prijs van een standaardkamer.

De regen belet ons een restaurant in de stad te zoeken en dus zitten we op het 12de verdiep te genieten van ‘Picahna’ ( traag geroosterd rundvlees ) met Chileense Cabernet Sauvignon. We verkiezen toch Chileense rode wijnen boven de Braziliaanse hoewel we al een paar maal uitstekende Chardonay, Chardonay met Riesling en Sauvignon Blanc hebben gedronken.

     

Florianopolis.

Het heeft de hele nacht geregend en het regent nog als we de reis naar Florianopolis aanvatten. Het is zaterdag en waarschijnlijk zal er minder vrachtwagenverkeer zijn op de snelweg. We hoeven ook maar 214 km af te leggen.
Het is even zoeken naar een hotel, we hebben er een paar uitgestippeld.

Florianopolis of kort Floripa is de hoofdstad van de staat Santa Catarina. Met 500.000 inwoners is deze stad door Business week uitgeroepen tot een van de tien meest dynamische steden van de wereld en bij de Brazilianen wordt ze beschouwd als de stad met de hoogste levenskwaliteit. Door die vermeldingen trekt de stad veel mensen aan Argentijnen, Amerikanen en zelfs Europeanen hebben er hun tweede verblijf of zijn naar hier komen wonen. De oorspronkelijke bewoners waren de Tupi-Guarani indianen en die leefden hier al 4.000 jaar toen de eerste kolonisten zich hier vestigden. In 1514 kwamen de eerste Portugezen voornamelijk uit de Azoren.
Het eiland Santa Catarina was strategisch belangrijk op de zeeroute tussen Buenos Aires en Rio de Janeiro. Toen de Portugese kroon het strategisch belang bevestigde door de bouw van een versterkte burcht kwamen nog meer kolonisten, ook uit Madeira.


De stad ligt op het vasteland en strekt zich uit over het hele eiland Santa Catarina. Vooral in het centrum en het Noordelijk deel van het eiland is de concentratie groot, in het zuidelijk deel leven minder mensen. Meer dan 95% van de economie is handel en diensten. Floripa wil het Silicon Valley van Brazilië worden.
We hebben ons hotel gevonden in het Noorden van het eiland. Het eiland is van Noord naar Zuid 55 kilometer. Maar als we onze intrek nemen in het nieuwe hotel is het alweer volop aan het regenen. Van de witte stranden en palmbomen zullen we niet veel zien als het weer zo blijft de komende dagen!

Het is zondagmorgen en ondanks de slechte weersvoorspelling schijnt de zon goed voor een verkenning van het noordelijk deel van het eiland. De diversiteit van het eiland is groot, 32 verschillende stranden waar op sommige kan gesurft worden. Heuvels en dichte bossen en binnenmeren gevoed door vele rivieren.

De eerste wijk waar we door rijden, Jureré staat vol ‘multi miljoen € villa’s’ maar er is niet veel beweging want de buitenverblijven zijn soms maar enkele weken in het jaar bezet, zo blijkt.


De smalle straten in het zakencentrum in het midden van het eiland gaan op en neer en doen ons denken aan San Francisco in Californië. Hier bevinden zich ook de3 bruggen naar het vasteland, de oudste brug in metaal vakwerk dateert al van 1935 en die is men nu aan het restaureren.

Vandaag is het Moederkensdag en dit willen we vieren met Frutos do Mar
Maandagochtend en opnieuw schijnt de zon boven alle verwachtingen. Vandaag gaan we het zuidelijk deel van het eiland verkennen.

Hier leven nog kleinschalige vissers en worden oesters gekweekt. De pittoreske weg, langs de kust, naar het zuiden van het eiland is smal en deels in minder goede staat, soms geplaveid met kasseien soms asfalt en dan weer betonblokken. Hier leven de mensen nog volgens de oude Azoren tradities en is de tijd nog even blijven stilstaan.


Dinsdagmorgen 11 mei en het regent pijpenstelen en de voorspellingen zijn allesbehalve gunstig. We besluiten om op te kramen en verder zuidwaarts richting Porto Alegre te reizen.

     

Porto Alegre.

506 km meer naar het zuiden ligt Porto Alegre – gelukkige haven - de hoofdstad van de staat Rio Grande do Sul. De stad is een van de meest belangrijke steden in Brazilië op politiek, cultureel en economisch vlak. Zij werd in 1742 door immigranten uit de Azoren gesticht. Op het einde van de 19de eeuw zijn het dan vooral Duitsers, Polen en Italianen die er zich vestigen. Het overgrote deel van de bevolking is van Europese afkomst. De stad ligt op de oostelijke over van de Rio Guaiba waar vijf rivieren samenkomen om het meer Lagoa dos Patos te vormen.
We hebben vandaag hoofdzakelijk in de regen gereden over dure tolwegen in slechte kwaliteit. Soms zijn in nieuwe stroken asfalt al gaten! Opnieuw tal van wegenwerken. Gemiddeld iedere 40 km moeten we langs werken voorbij, aanleg van nieuwe rijstroken en bruggen en dat werkt op de lange duur op de zenuwen.

Het is 17 uur en we rijden de stad binnen en opnieuw ondervinden we het comfort van een GPS bij het rijden in een grootstad. Porto Alegre met de randgemeenten telt 1,6 miljoen inwoners! Wij rijden naar het centrum waar we een hotelkamer willen hebben.


We hebben nu al minstens 5 hotels bezocht en geen ervan heeft kamers. Prijzen zijn op Europees niveau. Uiteindelijk vinden we een kamer in het Hotel Savoy in het centrum en die hebben een afgesloten overdekte parking.

In Brazilië ben je niet geweest wanneer je geen Shurasseceria hebt bezocht, dus in Porto Alegre maken we dit waar.

In de Shurasseceria: vlees op grote spiezen die in een heel snel tempo op je bord wordt gebracht tot wanneer je zegt dat het voldoende is.

     

Novo Hamburgo.

Novo Hamburgo (Nieuw Hamburg) ligt 20 km ten Noorden van Porto Alegre. Gesticht door Portugezen maar het zijn Duitsers die er begonnen zijn met het maken van schoenen. Vanaf de 70 jaren is de export ervan gestart en dit heeft vele interne migranten aangetrokken. De stad heeft de opvang van al die mensen niet kunnen realiseren zodat er favellas zijn ontstaan.
Tussen Porto Alegre en Novo Hamburgo loopt een zeer drukke 4 rijbaanweg. Langs die weg zijn tal van bedrijven gevestigd zodat we het gevoel hebben in een grote agglomeratie te rijden. Ook GM heeft hier een fabriek staan. Die produceert Chevrolet’s. De Chevrolet hebben quasi identiek koetswerk als in Europa, Opel.

Novo Hamburgo is een industriestad van de saaiste soort en mist - zoals vele andere Braziliaanse steden die we bezocht hebben – een ziel. Argentijnse en Chileense, zonder te spreken van de Mexicaanse steden zijn doorgaans gezelliger om in te vertoeven.

In een fikse regenbui rijden we terug naar Porto Alegre en het verkeer – het is nu 16u30 – is nu nog drukker. Het is stapvoets verkeer tot aan ons hotel.

     

Verder naar het zuiden.

Donderdag 13 mei en we zijn op weg naar Pelotas, 264 km verder naar het zuiden, richting grens met Uruguay. Nadat we over een paar grote bruggen over de stromen zijn gereden komen we in vlak terrein. Het is landbouwgebied zoals bij ons in Europa, enkel de palmbomen hier en daar herinneren er ons aan dat we nog altijd in subtropisch gebied vertoeven.
De laatste grote stad voor de grens is Pelotas. Omdat we vandaag niet tot aan de grens willen rijden, waar de meest zuidelijke stad van Brazilië ligt, zoeken wij hier een hotel. Kamperen zou kunnen maar Brazilië is geen kampeerland en er zijn zeer weinig campings. In het centrum hebben we het hotel “Alles Blau” gevonden en wij krijgen een pas vernieuwde kamer toegewezen. Niets is ‘blauw’ in of aan het hotel en de eigenaar spreekt ook geen Duits, alleen een Portugees dialect. Onze reisgidsen leren ons dat zelfs met kennis van het Portugees, de taal hier moeilijk te begrijpen is. Dat hadden we al ondervonden, dachten wij toch.

Nota van Lieve: Dirk had nochtans niet de minste moeite om het woord: "Sobremesa" (dessert) te onthouden!


En er zijn ook nog tal van minderheidstalen zoals het Guarani, het Kaingang, het Tailan, het Riograndenser Hunsrückisch en nog andere.

Ook Pelotas heeft een duidelijk Duitse stempel qua architectuur. De meeste zijstraten zijn geplaveid met kasseistenen. Het valt ons ook op dat de fysionomie van de bevolking helemaal niet Braziliaans is. Er zijn bij wijze van spreken meer mensen hier met bruin haar dan met zwart en waar zijn de mooie Braziliaanse vrouwen?


Het is 15 mei, de zon schijnt. We laden de zakken in de FJ die ik ben gaan halen, in de parking een blok verder, en die nu voor het hotel staat. In principe is dit een autovrije winkelstraat. Ze is voor de helft bezet met verkoopstalletjes. Opnieuw is er veel belangstelling voor de auto. Niet zozeer, zoals in de andere landen, voor de auto zelf, maar vooral voor de Amerikaanse nummerplaat. Het gebeurt regelmatig dat mensen van het voetpad stappen om van dichtbij de plaat te gaan bekijken. De reactie is dan, ofwel de duim die in de lucht gaat ofwel roept men “ welcome” en als het raam open staat proberen ze een gesprek. Veel toeristen met vreemde nummerplaten zien ze hier dus niet.

??????????????????

We hebben 50 km gereden en rijden Rio Grande binnen. We zijn wat verwonderd dat de scholen hier op zondag open zijn, althans dat menen we toch, te zien aan de jongeren die met rugzakken uit de scholen komen.
We zijn erg verrast dit te zien. Dit is toch niet mogelijk! Toch even verifiëren op de elektronische agenda. We zijn fout! Het is pas zaterdag!


De weg naar Chui loopt door moerasgebied en de vele dierenkadavers langs en op de weg herinneren aan Pantanal. Witte reigers en ooievaars staan met hun hoge poten in het water te vissen maar ook de koeien staan soms tot aan de knieën in het water te grazen(?).

 
     

Chui of Chuy?

Chui is de meest zuidelijke stad van Brazilië en die ligt pal op de grens. Eenzelfde situatie als Punta Pora de grensstad met Paraguay. Aan de zijde van Uruguay ligt Chuy. Een straat in het midden is de grens. De ene zijde van de straat in Brazilië noemt Avenida Uruguay de andere zijde in Uruguay heet Av. Brzazil. De douane en immigratie van Brazilië ligt op 4 km voor de grens deze van Uruguay op 2 km na de grens!


Aan de grens zagen we de beschermde vogel de Quero Quero