www.worldtravellers.be

 
If you cannot read Dutch, you can choose any language with the google translate tool

ARGENTINIE

Onze foto's



 

 

 

 

 

 

 

 

 


Argentina
 
 

Vertrek - Zondag 3 januari 2010

Het is tijd – 18u45 - om afscheid te nemen van  Koen en Véro die ons naar de luchthaven brachten, en van onverwachts opgedoken vrienden – de familie Maes - die speciaal uit Vosselaar waren gekomen. We hebben welgeteld 92 kg bagage mee mooi verdeeld over elk 23 kg wegende valiezen en zakken.
De Britsch Airways vlucht gaat over Londen en daar zullen we twee uur moeten wachten vooraleer de vlucht naar Buenos Aires te kunnen nemen. Totale geschatte reistijd 16 uur. De felle winter laten we achter de rug, we vliegen naar de zomer in Zuid Amerika.
Anders dan bij het eerste deel van onze Latinotrails expeditie moeten we dit keer wat meer rekening houden met de weersomstandigheden want we willen naar het uiterste zuiden van de wereld “ El fin del mundo”. En daar zijn maar enkele weken aangename temperaturen. Maar eerst hebben we nog wat varkentjes te wassen.
Hoe zullen we onze FJ terug vinden en hoe lossen we het probleem van de tijdelijke import van de FJ in Argentinië op? Moeten we echt de Rio de la Plata over naar Uruguay? Welke andere verrassingen staan er ons daar nog te wachten?
Niettegenstaande vele bemoeienissen van kennissen ter plekke hebben we het niet geregeld gekregen om onze tijdelijke wagen importvergunning te verlengen, we moeten op 6 januari Argentinië uit. Onze eigen Belgische ambassade in Buenos Aires vindt het zelfs niet nodig om te antwoorden op mijn vragen, laat staan om te helpen!

       
Geland in Buenos Aires.

We hebben geslapen zoals de muizen in het meel. Nog anderhalf uur en we landen in Sao Paulo. Het Engels ontbijt dat we verorberen smaakt prima en nu is het wachten op de tussenlanding.
We staan aan de grond en terwijl de passagiersruimte van het vliegtuig wordt gereinigd, nadat zowat de helft van de passagiers Sao Paulo als bestemming hadden waren uitgestapt, profiteer ik ervan om een SMS naar Matias te sturen.
Matias is de man die zo vriendelijk was 7 maand op onze wagen te te passen, waarvoor hartelijk dank , maar ons juist vóór ons vertrek- eergisteren - heeft laten weten dat hij in Miramar op verlof is, en of we de sleutels van de FJ nodig hadden? Ik wil hem nu seinen dat we over twee uur zullen landen in Buenos Aires en vragen wat we moeten doen om aan de sleutels te geraken. Het avontuur begint goed op Latijns Amerikaanse wijze!

Juist geland


We staan in de luchthaven te Buenos Aires en hebben ondertussen een taxi geregeld naar San Isidro – 40 km Noord van Buenos Aires – daar staat onze FJ. We zijn nog steeds zonder nieuws van Matias!

Een uur later en we draaien de straat in, Cordoba 38, het adres van de parkeer garage. De GPS heb ik niet hoeven te gebruiken onze vriendelijke taximan woont 4 blokken van de standplaats van onze FJ.
Gans achteraan onder het pvc zeil staat de FJ. Aan het zeil is te merken dat de FJ ettelijke keren is bekeken door nieuwsgierige Argentijnen. We worden hartelijk verwelkomd door de garage-eigenaar, maar onze eerste zorg is te weten hoe we in de auto kunnen geraken met de reserve sleutel en reserve transponder van het anti car jacking systeem. Hier staat hij
De reserve sleutel heeft niet de afstandsbediening functies van de master sleutel. De sleutel opent de deur maar verder blijf alles dood. De in de FJ aanwezige elektronica en beveiligingssysteem heeft de batterij in de voorbije zeven maand leeggezogen. Ik kan zelfs de versnellingspook van de automaat niet ontgrendelen! Het is wat zoeken in het donker naar de hendel om de motorkap open te krijgen, de vriendelijke taximan heeft ondertussen zijn taxi tot voor de FJ geparkeerd en met behulp van startkabels wordt de FJ, bij de eerste draai van de sleutel tot leven gewekt. We betalen de nog verschuldigde huurgelden – die waren in de 7 maand met maar liefst 20 % gestegen! – en zijn klaar om onze tweede Latinotrails expeditie te starten. We worden op het hart gedrukt dat we zeer voorzichtig zullen moeten zijn want het is verlof en er rijden gekken rond zegt de garage-eigenaar. Nog meer dan voorgaande keer??
We moeten internet proberen te vinden en dat lukt ons in een Mc Cafee een paar quadras verder. Matias heeft zijn architect kunnen bereiken en die zou onze autosleutels hebben. Ik moet dan even Jorge – de architect- proberen te vinden.
       

Gelukt.

Het is maandag namiddag twee uur. De Toyota dealer in San Isidro is niettegenstaande de verlofperiode operationeel. Met de set filters die we voor de FJ in Antwerpen hebben gekocht melden we ons aan bij de receptie. Ze kunnen het onderhoud wel doen maar het zal tot 17 uur duren. Vermits we het sleutelprobleem nog moeten oplossen is de wachttijd een niet al te groot probleem. We hebben ten slotte nog twee dagen voor we over de grens moeten!
Het contact met Jorge lukt perfect en om 16 uur is hijzelf vanuit Buenos Aires stad, naar hier toe gereden met “de sleutel en de transponder”. We kunnen verder.

De factuur die we van de Toyota dealer voorgelegd krijgen is drie maal hoger dan het normale forfaitaire tarief, filters inbegrepen! We protesteren maar het helpt niet. Wij rijden met een grote auto en we worden verondersteld daar ook voor te betalen. Dit onderhoud kost vijf maal meer dan wat we in Oaxca, Mexico betaald hebben!
We zullen vannacht kamperen in Tigre – het Venetië van Argentinië – zo luidt het althans in de reisgidsen. Wij rijden nu al een uur rond in Tigre en komen van de ene watergeul bij de andere maar geen kampeerterrein. Ook de politie kan ons niet helpen. Het wordt donker, we rijden nu door uitgestrekte gebieden waar Amerikaans ogende resorts her en der zijn gebouwd of nog in opbouw zijn. Geen geschikte plek om een nacht te vertoeven.

In het stadje Escobar vinden we uiteindelijk het Hotel Delaflor met garage. Het is ondertussen al 22 uur, 2 uur in de morgen Belgische tijd. Om middernacht kunnen we uiteindelijk slaap vatten na een wat tumultueuze eerste dag..

Het was een verkwikkende nachtrust. Vandaag moeten we naar Uruguay. We hoeven niet aan te schuiven aan het uitgebreid ontbijtbanket want we zijn de laatste gasten. Het is 11 uur vooraleer we koers zetten naar Buenos Aires. Naar de terminal van de ferry: Buquebus. De snelweg naar de binnenstad hebben we al een paar keer verkend en tot onze grote verwondering moeten we nu geen dubbel tolgeld meer betalen. 7 maand geleden was dat nog het geval!
Ze rijden inderdaad als gekken hier. Op het laatste moment heb ik een Renault kunnen ontwijken waarvan de aarzelende bestuurder op het allerlaatste moment toch de afrit wou nemen die we juist waren opgereden. Een paar bijna ongevallen verder en anderhalf uur later heeft de GPS ons dan toch tot de zeeterminal van Buquebus geloodst. Vanhieruit kunnen we naar Colonia del Sacramento in Uruguay de grens over. Vooraleer we een ticket kopen voor één van de veerboten wil ik mij toch vergewissen – niettegenstaande alle tegenindicaties – of er met de douane niets te regelen valt. Je weet maar nooit.
Het kantoor van de douane- in de terminal - is bezet door een dame die de verveling uitstraalt want er waren tot nog toe geen bezoekers voor haar diensten. Ze kan ons niet helpen maar ze leidt ons naar een andere dame in uniform die in het gebouw patrouilleert. “No señor yo no puedo ayudarvos, pero…” (ik kan jullie niet helpan). 

Zou het lukken

Tenslotte schrijft ze een adres op een kladje papier, daar moeten we naartoe, daar is het douanekantoor. Het is niet veraf te voet, het is aan de Plaza de Mayo 20 minuten lopen. We hebben de FJ in een parkeer garage ondergebracht, we zijn een uur later, en om de hoek is het douanekantoor. Het is 34° en zeer vochtig. Met gemengde gevoelens stappen we op het aangeduide adres af.

Anderhalf uur later zitten we te genieten van een Ijskoffie in een afspanning op de hoek vlakbij de douane. We kunnen het nog steeds niet geloven! We moeten niet naar Uruguay! We hebben onze import vergunning voor nog eens 8 maand op zak!
We hebben geen behoefte om nog langer in het drukke en hete Buenos Aires te blijven, we zetten koers naar het zuiden langs de N2. We verlaten na 220 km de snelweg in Chascomus, en 10 km verder rijden we een campingplaats binnen, die ligt aan de rand van een laguna. De lucht is ondertussen zwanger van regen en onweerswolken en ja vooraleer we kunnen eten plenst de regen en schieten de bliksems door de lucht.

       
Het platte land - 6 januari.

Het is 9 uur als we uit onze tent dalen. Het is droog en de zon schijnt, maar de wind blaast krachtig. We besluiten om verder te trekken. Het is nog 1.100 km naar het Valdés schiereiland waar we de walwissen en zeeleeuw etende orka’s willen zien. Maar eerst zullen we nog een aantal stopplaatsen aandoen.
Als Jacques Brel zingt over het mooie vlakke land, dan heeft hij het zeker niet over het land waar we nu doortrekken. Vlak als een biljarttafel en desolaat. Het is het land van de zwarte en bruine koeien. Er is relatief veel verkeer op de snelweg want die leidt tot de vermaarde badplaats Mar de la ¨Plata. 100 km vóór Mar de La Plata slaan we af naar het Westen en nemen de RP74. De eenzame wegen in Patagonia

Naarmate we vorderen verschijnen aan de horizon warempel heuvels. Tandil het stadje waar we nu op weg zijn ligt op 250 meter hoogte.De camping Banco Nacion ligt buiten de stad en is omgeven door rotskammen. De bizarre rotsformaties hier in de streek zijn de reden waarom de Argentijnen naar hier komen afgezakt. We boeken voor twee nachten want steaks, groenten, brood desserts en wijn hebben we zopas in de lokale Hyper Carrefour opgeslagen.
Er is WiFi op het kampeerterrein met zwembad. Hier zullen we onze website kunnen updaten.  WiFi werkt slecht en dat geldt ook voor ons Coleman benzine kookstel…

       

Op weg naar de zee - Donderdag 7 januari,

Na twee nachten hier, en veel gesakker over het internet dat slecht of niet functioneert, plooien we op. Gisteren zijn we op zoek gegaan naar een nieuw kookstel. We branden nu butaangas en er is ons verzekerd dat de butaanbusjes van 250 gr in gans Argentinië te vinden zijn en ook in het buurland Chili. We zijn op weg naar Bahia Blanca aan de Atlantische Oceaan. De GPS geeft aan dat daar een paar kampeerplaatsen moeten zijn. Buiten wijst de thermometer 34° aan, we zijn ondertussen in Bahia Blanco aangekomen maar geen van de kampeerplaatsen die op de digitale kaart staan kunnen we vinden. Ze bestaan niet meer! Ook de politie kan ons niet helpen, we mogen wel in het stadspark kamperen maar we verkiezen om 100 km terug te rijden naar het stadje Pehuen Co aan zee. Wat we van Bahia Blanca opvangen doet zeer Europees aan. De binnenstad lijkt gezellig.
Op weg naar Pehuen Co belanden we op een aardeweg die aanvankelijk breed en vlak is maar naarmate we het eindpunt naderen nog slechts bestaat uit twee wielsporen tussen het duingras. Het is soms zeer zanderig en het gaat hier beter in 4 wiel aandrijving. Achter de FJ is een kilometer lange stofwolk zich aan het verspreiden over de weiden, af en toe bevolkt met koeien.

Een prachtige kampeerplaats

Het is 20.30 uur en we hebben 60 km stofferrige zandweg verteerd, we staan nu voor de ingang van de camping die verscholen ligt onder hoge bomen. Ah Belgen!  Zo worden we ontvangen, hier zijn er nog geweest en, Australiërs, en Duitsers en…

       

Rijden door de Pampa's

Het is vandaag zondag 10 januari. Vanochtend iets over 9 hebben we afscheid genomen van de vriendelijke camping eigenaars en de vele vliegen daar in Pehuen Co aan zee. We hebben bijna 500 km afgemaald over meestal kaarsrechte wegen met weinig reliëf. Wij hebben de RN 22 genomen en later de RN251 pal naar het zuiden. De drukkere RN3 die door de provincie Rio Negro loopt en op zowat 50 km van de Atlantische Oceaan hebben we links laten liggen.

De wegen waren in goede staat, langs beide zijden ervan liggen 20 a 30 m brede braakliggende stroken grond, waarschijnlijk voorzien voor eventuele latere verbreding van de weg. Dit hadden we vroeger en elders ook al opgemerkt. Ja, er is hier nog ruimte in Argentinië. Aan de boorden van de geplande weg staan afsluitingen met 5 a 6 prikkeldraden gespannen op houten palen. Achter de omheining begint de bush. De eenzamen wegen in Pagagonia

Soms is de afsluiting onderbroken door een houten poort - meestal in het wit geschilderd - verder is er niets. Honderden kilometers prikkeldraad afspanningen….en daarachter laag struikgewas…en boven staal blauwe lucht… en wind, veel wind en die is door niets gehinderd.
We zijn vandaag opnieuw een aantal politieposten voorbijgereden. Dit land is duidelijk een ander Argentinië dan dat van 7 maand geleden ten Noorden van Buenos Aires. Geen getreiter van corrupte politie hier! We werden zelfs niet gestopt!
We naderen, het is 18 uur en nog altijd 28 °C, het vissersdorpje San Antonio. Het dorp ligt aan een kleine baai, wij rijden naar de West kant, aan de overzijde van de baai ligt San Antonio Este. Door de ongeplaveide straten bereiken we Camping Nautico aan het eind van het dorpje.

       

Een felle wind steekt op.

Op de kampeerplaats wordt ons een locatie toegewezen vlakbij de ingang van het terrein en dicht tegen het sanitaire blok. Wij willen maar één nacht blijven en zullen vanavond op restaurant eten, dus de plek is niet belangrijk. Toch zien we vanuit ons slaapvertrek het blauwe oceaanwater op minder dan 100 meter. We hebben een stopcontact voor onze freezer/koelkast en dat spaart batterij.
De zeevruchten vergezeld van een Sauvignon Blanc uit de Rio Negro streek, hier ten Noorden, in restaurant Olaf smaakten heerlijk. We waren de eerste gasten in het restaurant dat pas om 20u30 opent. Het is nu ver over 22 uur en er komt nog volk binnen in de nu zeer drukke en volle eetzaal. Wij ruimen plaats en wandelen terug naar onze slaapplaats.

Ondertussen is de wind feller geworden, zo fel zelfs dat het in de tent boven op de FJ alles behalve rustig is om te slapen. Ja, we zijn in Patagonië en daar, weten we, dat het hard kan waaien.
We verplaatsen de FJ 10 meter dichter bij het centrale gebouw want daar is wat wind schaduw. Slapen zal hier wel lukken.
Moe van de vele indrukken vandaag opgedaan, slapen we in. Het zal nochtans een nacht worden met vele wakkere momenten omwille van de maar steeds fellere wind.
       

Puerto Madryn.

De wind blaast nog steeds, het is laag tij, het water is ver teruggetrokken, ik heb een pijnlijke schouder en ik besluit af te zien van de geplande duik in het warme zeewater. De warme douche is wel welkom na een wat gestoorde nachtrust.
Als ik terug bij de FJ kom, heeft Lieve al weer een bewonderaar gehad, voor de FJ. We hebben de koffie nog niet klaar of daar is nu alweer iemand met een camera in de hand en die vraagt om een foto te mogen maken. De FJ en de tent erboven blijft voor verwondering zorgen. “ Que lindo…” , wat mooi, horen we vele malen per dag. Vanochtend is dat dus al twee keer.
Het is alweer bijna 11 uur voor we de FJ richting Puerto Madryn sturen, een goede 300 km verder naar het Zuiden. Dat havenstadje ligt aan de voet van het 100 kilometer lange hamervormige schiereiland Valdés, wereldbekend om de vele walvissen die in de baaien voorkomen, de orka’s de zeeleeuwen de zeeolifanten en pinguïns.
We zijn op de RN3 en die is redelijk druk maar van dezelfde eentonigheid als de andere wegen die we tot nog toe voorgeschoteld kregen in Patagonië. Er is wel wat meer reliëf en we stijgen zelfs eens tot 300 meter. Die hellingen moeten lastig zijn voor de eenzame fietser met aanhangwagen. Fietsen op zulke wegen, waar de dorpen soms meer dan 200 km uit elkaar liggen en waar geen enkele boom maar enige schaduw kan bieden tegen de felle zon en dit in temperatuur tot 34°C met niets ontziende felle rukwinden…

Aan de afslag naar Puerto Madryn naast het YPF benzine station staat een nieuw gebouw dat een bandencentrale herbergt. Het is de eerste maal dat we Michelin en Goodrich banden merk vertegenwoordigd zien. Ik rij de parking op want ik wil de geometrie van de voortrein laten nakijken. De rechtse voorband vertoont overdreven slijtage langs de binnenkant en dat duidt op een verkeerd ingesteld toespoor.
Indachtig de vele verhalen over de scherpe stenen op de grintwegen in Patagonië en het feit dat onze Poolse vrienden er daar vorige maand twee bandbreuken hebben opgelopen dwingt me op zeker te spelen. Anderhalf uur later is het toespoor opnieuw juist afgesteld en de FJ voorzien van twee nieuwe “All Terain” Goodrich banden. Dezelfde als waarmee de FJ SE Trail Teams is uitgerust. Hopelijk spaart de pechduivel ons van verder banden onheil.
Dirk opent ons dagelijks rantsoen
De grote ACA camping ligt op een heuvel ten zuiden van de stad aan de overzijde van de baan die langs de oceaan loopt. De wind komt nog steeds van het westen en die is dus aflandig. Het waait steeds harder en we zijn wat ongerust hoe we het er vannacht zullen afbrengen.
We hebben ondertussen enkele banken moeten opzoeken om geld uit de muur te halen en dat lukte uiteindelijk bij de bank van “Patagonia”. Proviand haalden we alweer, bij een Carrefour.
De ACA camping is groot, zeer groot. We krijgen een plaats niet ver van de sanitaire blokken de achterzijde van onze standplaats is bezet met taaie bomen maar die brengen geen beschutting want de wind komt uit de tegenovergestelde richting. Koken en eten doen we achter de FJ die ons toch wat beschut tegen de felle windstoten. De temperatuur is gezakt tot slechts 21 °C. Geen weer om rustig te genieten van een Chileense Pisco.
Wat verderop staat een grote kampeerauto met Franse nummerplaat. Een jong koppel uit Bourg en Bresse is sinds 25 december op reis doorheen Latijns Amerika met hun 5 maanden oude baby. Hun doel is na 1 jaar in de Verenigde Staten te zijn. Hoewel luxe, is het vehikel niet geschikt voor de soort pistes dat wij hebben gedaan. Ook willen ze niet in het Amazone gebied komen uit schrik voor insectensteken. We wensen hun verder veel geluk met hun expeditie en nemen afscheid.
Het stormt nu werkelijk, ik heb wat extra touwen aan de tent vastgemaakt maar we houden ons hart vast als de wind zo blijft razen. Het kampeerterrein ligt op een zandbodem en de wind zwiept het zand in alle richtingen.
We zijn al vroeg wakker of beter we waren de ganse nacht wakker. Het is dinsdag 12 januari.  De tent heeft prima stand gehouden er is zelfs geen zand binnengedrongen.
Veel kampeerders zijn al aan het vertrekken, het is 7u30 de zon schijnt, de wind raast…ontbijten is hier onmogelijk.
In de stad, op de promenade aan zee zijn we gestopt. De wind wordt hier gebroken door de stadsgebouwen en er is heel wat minder tempeest. We borstelen het meeste zand uit de auto, zetten koffie en ontbijten in de wagen. Opnieuw worden we gevraagd door voorbijgangers of ze de auto eens mogen zien en een foto nemen. Het wordt wat gênant dat gedoe met de FJ.
We willen nu naar Puerto Piramides op de Peninsula Valdés en dat is slechts 120 km. De hoop om daar nog de walvissen “ballena franca austral” te zien hebben we al opgegeven want die zijn een week eerder naar andere wateren vertrokken. De orka’s die op het strand een zeeleeuw komen oppakken kunnen we misschien wel spotten bij hoog tij op een plaats of twee. Dat is toch wat een van de parkwachters ons vertelt in het bezoekerscentrum op het schiereiland.
De wind blaast nog steeds zeer krachtig met als gevolg dat we op de pistes hier blind rijden in de hoop geen zeldzame tegenligger te rammen.
Onze kamer met zeezicht Twee slapeloze nachten, zand overal in de FJ, zijn genoeg om even het kampeerplezier te ruilen voor een goede hotelkamer. Puerto Palos is een klein hotelletje op geen 100 meter van de baai, heeft nog een kamer vrij voor drie nachten. Onze twee ramen hebben oceaanzicht!
         

Tevergeefs.

De Pinguïns Magelanic hebben we gisteren bij trossen gezien op een steile helling aan de oostzijde van het schiereiland. We hebben meer dan 200 kilometer stofferige pistes afgelegd op Valdés. Maar orka’s hebben we nog niet waargenomen. Vandaag donderdag,14 januari, zijn we al om 7 uur uit de veren. Om 8u40 is het hoogtij aan Punta Castor. En daar liggen zeeolifanten en er zijn af en toe ook orka’s te zien vertelde ons een parkwachter.
8u40 precies komen we aan. De 75 km piste waren een makkie want geen verkeer en dus minder stof en gevaar voor vliegend grind.

We hebben veel hazen, guanaco’s  en lopende vogels gezien die de pistes kruisten. Het is wel uitkijken, want af en toe zijn er in de langsrichting, losse grindbermen die door het verkeer worden gevormd en dat kan ronduit gevaarlijk zijn als je daarin met redelijke snelheid in terechtkomt. Het stabiliteitssysteem van de FJ corrigeert wel, maar ik schakel toch maar over in 4 wieltractie. Guanacos
Dat rijdt rustiger en correctie uit moeilijke situaties is gemakkelijker. Het risico van een defecte voorruit door steeninslag wordt wel groter omdat de trekkende voorwielen meer grind wegslingeren.
Er waait hier een frisse bries, het is amper 21°. We zijn vandaag, de eerste bezoekers hier aan de Punta Castor. De dieselgenerator wordt opgestart. De lichten floepen aan in de gelagzaal van het hotel zonder gasten, dat hier boven op de klippen staat, naast het bezoekerscentrum.
Zeeleeuwen PinguinsZeeolifanten
Zie ook onze film van Peninsule Valdez (zie hiernaast, langs linker zijde)
De zeeolifanten liggen aan de waterlijn uit te rusten van hun maandenlange zoektocht naar prooi in de oceaan. De kolossen liggen roerloos in de toch al felle zon. We zien toch nog enige beweging daar beneden, als twee dieren zich uit het water murwen de steile zandhelling op om daar neer te ploffen en aan de zeeolifantensiësta te beginnen.
Wat ontgoocheld omdat we de orka’s weer niet gezien hebben rijden we, na eerst een ontbijt te hebben gehad in het hotel, naar het Noordelijke punt waar we gisteren de honderden zeeleeuwen zagen.
De kolonie zeeleeuwen is in de weer. De mannetjes leveren gevechten om een wijfje te imponeren, ze brullen en briesen. Een parkwachter bevestigt dat hier soms orka’s komen, maar in al de tijd dat hij hier werkt heeft hij dat maar een zevental keer meegemaakt en slechts twee keer heeft hij een aanval op de zeeleeuwen gezien! Ofwel blijven we hier nog een aantal weken om geduldig de oceaan af te speuren ofwel nemen we genoegen met wat we tot nog toe zagen en zetten we onze reis verder.
       

Pech.

Het is 15 januari 10 uur. We hebben zopas onze bagage van de hotelkamer in de FJ gebracht. De FJ staat vlakbij onze kamer en is, omwille van de koelkast, ’s nachts steeds gekoppeld aan het elektriciteitsnet. Kwestie van geen platte batterij te hebben als we willen vertrekken. Maar tot onze grote verwondering heeft iemand de kabel uit het stopcontact getrokken en ja…de batterij geeft nog amper teken van leven.
Een half uur laadtijd was voldoende om de motor tot leven te brengen en nu rijden we richting Puerto Madryn op een pisteweg langs de baai. Omdat de weg zo ‘n 100 meter boven zeeniveau ligt, hebben we een mooi uitzicht op de baai met het diepblauwe water onder een diepblauwe lucht. Het waait minder hevig, maar de wind kan je nog steeds bestempelen als “zeer stevig”.
We hebben nog wat inkopen moeten doen en proviand voor twee dagen opgeslagen. Het is nu 14 uur, de benzinetank hebben we zopas vol laten lopen in het YPF station aan de rand van de stad. We moeten nog 300 km zien af te leggen als we onze volgende overnachtingplaats willen bereiken. Dit wordt reppen, want de wegen zijn alle pistes en we moeten kost wat kost voor het donker een slaapplaats vinden.
De monotone platte landschappen zijn nu iets minder monotoon. Het landschap wordt golvend, de einders zijn niet meer een horizontale boog.

Wij stuiven moederziel alleen door dit landschap, niets anders te zien dan de lage begroeiing en af en toe een troep guanaco’s of een wegspurtende haas. Achter ons stof, veel stof…De kwaliteit van de pistes wisselen van zeer goed tot smalle weg met los grind. Soms rijdt de piste beter dan de gemiddelde Belgische asfaltweg!

We naderen Playa Union en zien voor de eerste maal in Argentinië troep langs de weg bij het binnenkomen van het stadje. Het is alsof plastiek hier aan de lage struiken groeit. Door de felle wind flapperen de veelkleurige zakken en lappen. Aan alle struiken zitten vele zakken verstrengeld in de stekels ervan. Overal waar we om de piste heenkijken wappert plastiek!

Top        
En nog meer pinguïns.

Het rijden gaat vlot en dat doet ons besluiten om op 140 km van ons doel een omweg van 40 km te maken naar Punto Tombo. Op die plek aan de oceaan nesten een half miljoen pinguïns. We hebben er al wat gezien van deze zwart witte visvogels maar een half miljoen samen....?
Aan de ingang van het park, waar we onze wagen op de parking achterlaten, betalen we het tienvoud entreegeld van wat een Argentijn hoeft te betalen. Ja, we zijn buitenlanders en die moeten voor deviezen zorgen.
Bordjes en ook de parkwachters waarschuwen ons niet dichter dan een meter de dieren te benaderen, want ze kunnen gevaarlijk bijten. Er hangt een indringend oude visgeur in het park met de ontelbare pinguïn koppels met kroost. Ze maken geluiden die gaan van gebleit van geiten tot het balken van ezels!
Kwart over zeven en we rijden de camping Municipal van San Martin in de baai van Camarones op. Er staan twee grote kampeerauto’s met Duitse nummerplaten en naast een ervan vinden we een plaats, onder door de wind scheefgetrokken pijnbomen. We hebben een fantastisch uitzicht op het kleine nieuwe vissershaventje en de baai. Maar we staan ook aan de kant een weg, die naar een soort promenade lijdt en waar de jeugd en mindere jeugd paradeert met quads oudere en nieuwere auto’s meestal voorzien van decibel producerende sportuitlaten.
Onafgezien van de enige vissersboot die ’s nachts werd gelost met de nodige herrie, wat vooral op de zenuwen van Lieve heeft gewerkt, was het kalm en er was ook relatief weinig wind. Vandaag is het zaterdag 16 januari en rustdag.

Tijd om wat extra bescherming voor de onderkant van de radiators aan de FJ aan te brengen. Een vanuit België – van een vriend gekregen – stevige rasterdraad moet beletten dat grind de radiators zou perforeren. In minder dan twee uur is de klus geklaard en is er tijd om met onze Duitse buren te socialiseren.

We hebben camarones in looksaus met papas fritas gegeten in het restaurant van de camping. De beestjes waren uiterst vers, want werden deze nacht gelost uit de enige vissersboot die nog vaart. De andere vissers kunnen niet uitvaren omdat al sinds zes weken wordt gestaakt door het personeel.
Of we hier nog een dag langer blijven zal afhangen van al of geen lawaai van een lossende vissersboot.

Top        
En opnieuw is het 7 Beaufort.

Voor het weergeven van de inhoud op deze pagina is een nieuwe versie van Adobe Flash Player vereist.

Adobe Flash Player ophalen

Het is zondagochtend, 17 januari. Geen vissersboot deze nacht, wel…storm. En wij staan aan de rand van de baai en de wind kan zonder enige stremming recht op ons blazen. De tent heeft goed stand gehouden en de meeste flappergeluiden heb ik kunnen verhinderen door twee extra spantouwen te gebruiken. Maar storm is niet de ideale omstandigheid om twee meter hoog in een tent te slapen of proberen te slapen. De vooruitzichten zijn nog meer wind vandaag. Dus is de beslissing vlug genomen wij pakken de biezen.

Geen ripio (Argentijnse grindweg), want we blijven op de RN 3 naar het Zuiden. We moeten tegen vanavond een kleine 400 km verder naar Puerto Caleta Paula, naar een onooglijk klein vissersdorp.
We zijn zopas de RN3 opgereden en hebben ondertussen 50 km afgelegd. Het is wel al bijna 11 uur maar er was geen verkeer op de weg van San Martin. Hier op de RN3 echter wel. We houden nu halt aan een YPF benzinestation. De tank is verre van leeg maar hier leert men ons tanken bij elk station. Die kunnen soms 300 km of meer uit elkaar liggen. We nemen geen onnodig risico. Het tanken is normaal een zaak van enkele minuten, maar deze tankbeurt klopt alle records. Meer dan een uur! We rijden weer!
Hier in het Patagonië groeit er een zekere welstand dank zij de olie- en gaswinning en visvangst. We zijn de drie laatste dagen een aantal olievelden doorgereden aan de kust. De andere olievelden liggen meer Noordwaarts in de provincie Neuquen. De olie opbrengst is relatief laag en is dalende (19% in 2006). De kleine velden liggen verspreid. Men hoopt hier dat de off shore winning, de productie van petroleum sterk zal doen toenemen. Gas wordt meer en meer ingevoerd vanuit Bolivia. Patagonië was ooit de wereldleverancier van landbouw en vleesproducten. In 1913 was Argentinië een van de rijkste landen ter wereld.
De verbetering van de welstand valt ons op door onder meer de vele transporten van nieuwe auto’s die we onderweg opmerken. Ook is de staat van de voorbijrijdende auto’s merkelijk beter dan wat we voorheen in Noord Argentinië zagen. We zagen zelfs twee peperdure BMW X6!
Ondertussen hebben we even halt gehouden in Commodore Rivadavia. Volgens de gidsen de rijkste stad van Patagonië waar je alles kan vinden. Het is iets over 14 uur hier en de stad lijkt uitgestorven. Het is zondag maar In de Carrefour express kunnen we drinken kopen, want die is geopend, andere winkels lijken gesloten. Terwijl we van een lekkere helados genieten en de stad aan het ontwaken is uit zijn siësta, komen twee mannen op de FJ toegelopen. Ze willen een foto van de FJ met hen erbij..

Top        


Big business en een witte Defender.

De RN3 vertoont op vele plaatsen spoorvorming en daarbij is er een felle westenwind die links op de FJ beukt. Rijden in die omstandigheden is lastig en soms gevaarlijk. De weg vangt nu aan langzaam te stijgen. Over een afstand van 200 km zijn we van 400 meter hoog naar 650 meter gestegen De hoogvlakte ziet er niet anders uit dan de rest van de landschappen die we tot nog toe tegenkwamen in Patagonië. Geen enkele boom, alleen laag struikgewas en langs beiden zijden van de weg, met ernaast de kale stroken, prikkeldraad afspanningen. En dat gaat zo door, kilometer na kilometer. Duizenden kilometer prikkeldraad een goede zaak voor Bekaert? Nu gaat de RN3 terug richting Atlantische Oceaan of Golfo San Jorge, we dalen terug af tot zeeniveau.
We zijn in Puerto Caleta Paula. De meeste straten zijn hier pas geplaveid, het ziet er aan de waterlijn allemaal nieuw uit. Hier in de omgeving moet een camping zijn die we niet onmiddellijk vinden. Een pompbediende stuurt ons links de weg op, terwijl het rechts moest zijn. Niet met opzet vermoeden we. Wij hebben dat al zoveel malen meegemaakt dat de mensen hier links en rechts niet uit elkaar kunnen houden. De camping vinden we op een verlaten plaats helemaal buiten het dorp. We nemen de laatste nog beschikbare cabaᾐa, want de storm is hier ook aanwezig en we willen toch wat slapen. Een witte Dender met Zwitserse nummerplaat heeft minder geluk, want die rijdt nu weer het kampeerterrein buiten. We wuiven hun good luck.

Top        
Parque Nacinal Bosque Petrificados

Het park – als monument betiteld- staat op ons programma van vandaag 18 januari. Daarvoor zullen we de RN3 moeten verlaten om langs 50 km grindweg, het park te bereiken. We zijn nog maar pas op de grindweg of daar komen de Zwitsers met de witte Defender ons tegemoet gereden, we wuiven. Vermoedelijk hebben ze geslapen op de camping op 20 km van de ingang van het park.

In het Jurasic tijdperk, 150 miljoen jaar gelden, was het klimaat hier mild en vochtig, het land was begroeid met hoge bomen, tot een vulkaanuitbarsting alles begroef onder meters dikke as.

Door de erosie kwamen de gemineraliseerde bomen later weer bloot te liggen, sommige hebben een diameter van 3 meter en zijn 35 meter lang. Tot het gebied in 1954 juridisch werd beschermd, is het voordien sterk geplunderd geweest en zijn de mooiste fossielen verdwenen.

Op de mirardor in het park hebben we een goed uitzicht op de oude vulkaan en de woestijn errond, met hier en daar wat resten van gemineraliseerde bomen. De wind blaast hier verschrikkelijk en het is werkelijk oppassen geblazen om niet van de rotspunt weggeblazen te worden.
Oef, het is toch gelukt om een foto te schieten, filmen echter is onmogelijk, omat ik constant weerwerk moeten bieden aan de krachtige wind en dus niet in staat ben de camera even stil te houden.

De dagteller wijst 446 km aan als we parkeren op de camping municipal in San Julian. Mooie camping aan zee met goede wind beschutting. Wij zijn met een praktisch lege benzinetank tot hier geraakt. Er is namelijk in de eerste 2 tot 3 uur geen druppel benzine te verkrijgen in de provincie Santa Cruz. Omdat we niet zeker waren hoeveel (k)meter we nog konden rijden hebben we eerst gezocht naar een hotelkamer vlakbij het laatste benzinestation, maar tevergeefs “no habitaciones libre”.
Op de camping naast ons achter de groene haag staat een witte Defender. Met Zwitserse nummerplaat! Twee mannen die vanuit Buenos Aires eerst naar Ushuaia willen, om dan tot Alaska te rijden. Het is koud en bijna middernacht, als we van onze buren en een ander Duits jong koppel dat met een in Argentinië gekochte auto het land wil doorkruisen, afscheid nemen.
Het was een korte nacht, maar… er was geen wind!.  Moeten, of zullen we hier nog een nacht vertoeven? Dat zal afhangen van de bevoorrading van de tankstations. Geraken we nog bij een tankstation met de resterende benzine?
We zijn nog aan het ontbijten als onze Zwitserse buren afscheid wuiven en het jonge Duitse koppel met de Peugeot 504 voorbijrijden. Tot verder…!

Top        

Nog een nacht slapen.

Het telefoontje naar YPF levert positief nieuws, er is “nafta”! Het dichtste YPF tankstation is minder dan 2 km ver maar de kans dat we dat halen…? We zijn er geraakt. De YPF jongen pompt 70 liter in de FJ die volgens de specificaties van Toyota een tankinhoud heeft van 70 liter (maar in Costa Rica hebben we ooit eens 72 liter getankt). De Jerry cans vullen we (nog) niet want het station hier aanvaardt geen tarjetta’s (kredietkaarten).
We moeten nu 370 km over de RN3 naar Rio Gallegos, een boogscheut! Dit zal onze laatste verblijfplaats in Argentinie zijn, voor we de grens met Chili kruisen, om dan 100 km verder terug in Argentinië te belanden. De grens met Chili in de provincie Vuurland zit hier wat vreemd in elkaar. Het is slechts in 1902 dat, dank zij de bemiddeling van de Engelse koning Eduard VII, een grensovereenkomst tot stand komt tussen Chili en Argentinië.
In het enige tankstation dat we op weg naar Rio Gallegos voorbij rijden vullen we de tank en de twee gele Jerry cans. Dit tankstation heeft wel benzine maar geen diesel.
Het waait verschrikkelijk hard in Rio Gallegos. Op drie blokken van de rivier ligt het gele hotelletje Cabo Virgenes. De wagen kunnen we naast het gebouw parkeren en er is een stopcontact.

Het is 9 uur en we wandelen naar het restaurant ons, aanbevolen door de hotelbaas. Restaurants gaan hier pas open om 20u30. Drie blokken verder en we zijn bijna aan het restaurant El Horeo en daar zijn onze twee Zwitserse medereizigers terug. "Ah, die Amerikaner sind auch hier", worden we begroet.
El Horeo is chic, de carpatio smaakt voortreffelijk maar de forel van Lieve is droog, de zalm met amandelen die ik heb gekozen ook een beetje. De Sauvignon Blanc Santa Julia uit Mendoza smaakt echter voortreffelijk.

Top        

Van Argentinië naar Chili en verder naar… Argentinië. (20 januari 2010)


We hebben zopas het hotel verlaten en rijden de stad uit. 370 km naar Rio Grande of verder. Maar het zal waarschijnlijk wel Rio Grande worden want we hebben wat hindernissen op het programma van vandaag. We moeten door Chili en we moeten de Straat van Magallaan over.
We zijn snel de stad uit en we hebben geen benzinestation gezien. Misschien onderweg? Maar we zijn al 60 kilometer verder en de grens met Chili duikt op en geen tankstation! We worden verzocht de auto te parkeren midden in een lange rij. Het regent en stormt als we naar het gebouw van de Policia en Aduana lopen.
In het gebouw vinden we een toestand die wat weg heeft van de grensovergangen in Centraal Amerika. Gelukkig gebeurt alles in hetzelfde gebouw en als we goed kijken, door de massa heen, zijn er zelfs aanwijzingen waar we ons eerst moeten aanmelden. Buiten staan twee bussen en de wachtrijen hierbinnen zijn extra lang, want iedere passagier moet eigenhandig immigratie en de douane post voorbij van Argentinië en van Chili en die vier diensten zitten in twee aangrenzende kamers. Een beetje chaos dus!
Het jonge Duitse koppel uit Karlruhe en Osnabrück heeft er al twee uur wachttijd opzitten en zijn ongeveer klaar met het papierwerk als wij aanschuiven in de lange rij voor immigratie en douane van Chili. Ondertussen zijn ook de twee Zwitserse boys van de witte Defender komen opdagen.
Wij hebben de stempels en de importvergunning voor de FJ in Chili, we kunnen dus verder. In onze koelkast zitten nog een aantal producten, die we niet mogen binnenbrengen in Chili. Dus zijn we nu bezig met het eten van de overblijvende Yoghurt en de Dulce de leche pudding. We hebben ook nog meer kaas en nog meer pudding maar daar hebben we echt geen trek meer in, die gaan in onze vestzakken, tot we de grens over zijn.

Top