www.worldtravellers.be

 
If you cannot read Dutch, you can choose any language with the google translate tool
2011 - 2012 - 2013

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

K

A

Z

A

C

H

S

T

A

N

-

K

A

Z

A

K

H

S

T

A

N

 

Traveling is tasting the world ( Henny Bröcheler)
KAZACHSTAN eerste bezoek juni 2011
KAZACHSTAN tweede bezoek sept 2011
KAZACHSTAN derde bezoek sept 2012

 

De achtste grenscontrole tot nog toe: Kazakhstan.


Meer dan twee en een half uur wachten in de blakende zon tussen zwermen muggen en bij wijlen aangevallen door escadrilles van deze steekbeesten. Zo was onze grensovergang – Rusland Kazakhstan - kort samen te vatten.
Grensformaliteiten zijn per definitie altijd frustrerend. Je hebt alle documenten en een visum maar toch moeten er nog tal van formuliertjes ingevuld worden, foto’s genomen enz… Wat we tot nog toe niet hebben meegemaakt is dat Lieve zich bij een ander kantoor moest aanmelden voor emigratie! Ze was passagier en die moeten aan een ander loket in een ander gebouw! En hoe kom je dat te weten?

Kazakhstan een rijk land met veel toekomst.


Kazakhstan is groter dan West Europa en telt amper 16.500.000 inwoners. Dat is 5,5 inwoners per vierkante kilometer. Vijftig nationaliteiten leven hier in dit multicultureel land. De petroleum vondsten rond de Kaspische zee zijn de motor van de economische groei, maar Kazakhstan is ook ’s werelds grootste exporteur en tweede grootste producent van uranium. Er zijn grote reserves gemakkelijk te ontginnen petroleum en gas. Chroom, lood, mangaan, ijzer, kolen, goud en zelfs diamant is in grote hoeveelheid aanwezig. Kazakhstan is daardoor het welvarendste land van Centraal Azië.

We rijden in een totaal nieuw landschap met kamelen als onze tegenliggers

Kazaks of Russisch?


We naderen Atyrau na een rit door de Wolgadelta en de Kazakse steppe. Langs de weg zien we de eerste kamelen en dromedarissen. Het landschap is vlak en leeg, op een paar dorpen na. Er is geen landbouw en de enige industriële nijverheid is petroleum gerelateerd.
Atyrau is een moderne stad met zeer brede lanen, parken met bloemen en nieuwe moderne gebouwen die niets meer te maken hebben met de typische Sovjetstijl die we de laatste weken overal hebben gezien. Wij zijn niet op zoek naar een hotel maar willen ergens in de omgeving kamperen, we hadden daartoe in Astrakhan vlees en ander proviand ingekocht. Maar eerst nog tanken vooraleer we de stad opnieuw verlaten. Het tankstation op het kruispunt is druk en we proberen een plaats te veroveren aan een van de pompen met 92 octaan. Snel worden we omringd door mensen die de FJ met de wereldkaarten hadden opgemerkt. De pompbediende geeft ons voorrang, tot groot ongenoegen van een automobilist. De pomp kan maar beginnen werken nadat Lieve een creditkaart heeft afgestaan als borg. Ondertussen word ik bestookt met vragen in het Kazaks maar communicatie is onmogelijk. Enkele omstaanders proberen met “How are you?" of "Which country?" En dan helpt opnieuw de kaart op de deur van de FJ. Ah, Belgichi… football Anderlecht, Brugge… Benzine is hier nog goedkoper dan in Rusland 0,5€/l

“CAMPING” hoe zegt men dat in het Kazaks?


We rijden op de E40 en zijn al 20 km uit de stad als Lieve op een van de weinige gebouwen die we nog zien het opschrift ‘CAMPING’ ziet staan. We rijden naar de ingang en proberen te informeren of we hier onze tent kunnen opslaan. Er staan een paar mannen, met Mongoolse trekken, op de binnenplaats en twee vrouwen zijn in de keuken bezig. Een van de mannen brengt ons naar de vrouwen maar al gauw blijkt dat we hier niet welkom zijn. Ze kruisen de beide armen over de borst om dat duidelijk te maken!  Ik waag een andere methode om hun tot betere inzichten te brengen en toon een foto van de FJ met opengeslagen tent. Na enkele ogenblikken hebben ze het door. ‘Gastinishi’, 'in city' en ze wijzen de weg terug naar Atyrau.

 

Overal kom je ze tegen

Hoe laat is het hier eigenlijk?

Het hotel  Kair, uit de Lonely Planet, waar we in Atyrau hebben geslapen had de dag voordien twee Zwitserse motorrijders, op de terugweg van India, als gasten geherbergd. Er is WiFi in het kleine hotel. Anders dan de GPS gisteren zien we op internet dat het in Astana, de hoofdstad, al twee uur later is en niet één uur. Maar we zijn niet echt zeker of in dit Westelijke deel van Kazakhstan ook de Astana tijd geldt. En daarbij komt nog dat niemand hier een polsuurwerk om heeft.

De martelweg naar de Manghistau.

We waren niettegenstaande al vroeg uit de veren. Het heeft deze nacht geregend en in de lucht hangen nog dikke regenwolken. En wij die dachten dat we in een droog landklimaat waren beland. Wij rijden nog steeds op de E40, nu zuidelijk, richting Oezbekistan. Op weg naar de Manghistau. De geplaveide weg is al geruime tijd van slecht naar nog slechter geëvolueerd.

Naast de weg is het soms beter rijden

Eerst hadden we naast een in aanleg zijnde weg moeten rijden maar eens de werken voorbij belanden we op een type weg die we in Zuidelijk Patagonië ook wel eens bereden hebben. Er is relatief veel verkeer in beide richtingen. Vrachtwagens gooien enorme stofwolken op en rijden stapvoets, naast wat veel vroeger een weg moet geweest zijn. 4x4’s rijden meestal naast de weg op één van de pistes die zijn ontstaan door rijders die wat rustiger rijden proberen op te sporen. Er zijn ook personenwagens op de weg en die moeten uiterst voorzichtig de vele hindernissen als putten en verzakkingen door of moeten op de ruwe middenweg stapvoets verder. Geduld, geduld want de weg duurt eindeloos.
Het wordt avond en we moeten nog ruim 350 km doen voor we in Aktau, de nieuwe petroleum- en vroegere uranium mijnstad, zullen aankomen. Er is rechts van de weg op enkele kilometer een dorp in zicht. Een geschikte plaats om wat beschut te overnachten in onze tent, zo denken wij.

Slapen naast de trein

Op het modderige naakte plein voor het station hebben we geslapen vermoeid van de 600 km. Vooraleer we de tent openplooiden hebben we eerst in de FJ zitten wachten totdat de pletsregen voorbij was. Later kregen we het bezoek van kinderen, kinderen met familie en dappere inwoners die allen wilden weten waar we naartoe willen.

We sliepen op het gemeenteplein
In de vroege ochtendzon hebben we opgeplooid. De nacht was kort en vele malen onderbroken door aankomende en vertrekkende treinen. Voor het station kwamen dan auto’s aangereden om de reizigers op te halen of te brengen. De treinen zijn samengesteld uit een lange reeks tankrijtuigen, soms wat goederenwagons en één passagier wagon. Van iedere trein worden de stalen wielen gecontroleerd vooraleer hij kan vertrekken en dit ‘klink, klank’ concert van de hamers die op de wielen worden geslagen completeert het geluidstumult. Treinreizen hier hebben de reputatie van lang te duren. Voor een reis van Aktau naar Astana ben je al gauw 60 uur onderweg!
De gekleurde rotsformaties in de woestijn van Manghistau
Voor meer foto's over onze woestijnrit klik hier
Onze vriend

Aktau komt in zicht.


We hotsen en botsen weer. De zon schijnt en de temperatuur loopt langzaam op. Nog een paar uur, en we hopen in Aktau te arriveren. We hebben ons al stiekem afgevraagd of we wel tot deze stad willen gaan. Of we die extra afstand nog willen afleggen en of we niet direct naar het heiligdom Beket Ata met de ondergrondse moskee willen rijden in de steen en klifwoestijn op 350 km Oost van Aktau.
In Shetpe is de martelweg overgegaan in asfalt. Nu moeten we alleen nog zien de grootste gaten te vermijden zoals we dat al eerder deden door links of rechts van de weg te rijden of te slalommen tussen de gaten, net zoals de andere weggebruikers ons dat voordoen.

Het moderne Aktau aan de Kaspische zee

Aktau.


De hoofdstad van Manghistau, in 1954 gesticht na de vondst van uranium. Uranium werd gedolven uit een openlucht mijn ten Noorden van de stad tot in 1997. De splijtstof werd hier op een vredelievende manier aangewend om het Kaspische zeewater te ontzilten, de rest van het uranium werd door Rusland voor militaire doeleinden gebruikt.
Vandaag is de stad aan de Kaspische zee – het grootste meer van de wereld -, aan een geweldige ontwikkeling bezig. Brede lanen nieuwe mooie gebouwen en overal bouwkranen aan de rand van de stad. We hebben geboekt voor drie nachten in een hotelletje niet ver van de zee. Het huidig niveau van de zee ligt 28 meter onder zeeniveau. Ongeveer duizend jaar geleden was het waterniveau zelfs nog 7 a 12 m lager dan het huidige niveau. We vernemen dat de klimaatswijziging ook hier aanwezig is. Het regende vroeger nooit, de temperaturen liepen hier in juli en augustus tot aan 50 graden op, nu is de temperatuur 25 tot 30 graden met regelmatig regen.

Autogas tanken.


We zijn op zoek gegaan naar gas voor de FJ.  De prijs van minder dan 0,25€/l was ons in het oog gesprongen. Maar hebben ze hier de gepaste nippels om de tank van de FJ te vullen? We willen ook nog een garage opzoeken want door de sprongen en de slechte wegen is de LPG tank wat lager komen te hangen en ik wil me vergewissen van de duurzaamheid van tankbevestiging.

Het eerste wat grotere gastankstation, met standaard tankzuilen, zijn we opgereden. Tal van andere gasleveranciers hebben een rudimentaire infrastructuur.  Een grote gastank op een trailer, op een open plek grond, met daaraan een dunne rubberslang.  Meer niet. Ik toon de standaard nippel die we tot nog toe gebruikte in Oost Europa. Niet klinkt het. Doch vooraleer verder te rijden haal ik de twee andere nippels uit de bagage. Jawel, ze hebben nu gezien dat ze een tussenstuk hebben en ja we kunnen tanken! Vooraleer we het eens zijn over de rekening moet ik de drie man wat onder druk zetten want ze hadden maar 600 Denge ( 3€ ) te weinig weergegeven. Dat was voor het gebruik van hun aanpasstuk!

 

Een garagebezoek.


Niet ver van ons hotel botsen we op een nieuw gebouwdeToyota garage. Serguye, de directeur, spreekt behoorlijk Engels al is zijn woordenschat wat beperkt. De gastank ophanging is inderdaad wat gerekt maar dat hoeft geen probleem te zijn zegt Serguye. Het zit stevig in elkaar. Ik vraag hem nog waar ik een wasstation kan vinden maar hij zegt dat zijn mensen dat wel zullen doen voor weinig geld. Zijn meestergast - spreekt alleen Kazaks – hij probeert uit te leggen dat hij heeft meegedaan aan een raid naar het Aralmeer. Hij rijdt een Nissan Patrol en hij wijst me een witte Defender aan van een klant die ook de raid heeft meegemaakt.

We zitten nu aan de vergadertafel van Serguye met een kop koffie en koekjes voor ons. Hij zal ons straks naar een goed restaurant brengen en ondertussen probeer ik wat meer te vernemen over eventuele problemen van onze geplande route naar Beket Ata en Arals’k. “Why do you want to go to Mongolia?
Heeft hij al eerder gevraagd. Zijn meestergast is ons ondertussen komen halen om in zijn bureel iets te gaan bekijken. Hij toont ons de foto’s van twee Zwitsers, per motorfiets, die hier gisteren ook waren en die zouden ook naar Mongolia reizen. En dan nog een 4x4 uit Tsjechië die in twee jaar door Azië en Afrika willen trekken en die gaan ook naar Mongolia! Ik noteer nu een lijst met coördinaten die gebruikt werd voor de rally raid naar het Aralmeer. Als we die piste volgen sparen we meer dan 1.200 km weg uit, weliswaar asfaltweg. Klik hier voor de GPS coordinaten
De FJ ziet er als nieuw uit als ik de sleutels terug krijg. Binnen en buiten kraaknet! En neen we mogen niet betalen, dit is een geschenk!
Nu zullen we Serguye volgen naar het restaurant van het 5 sterren hotel “Plaza”. Wij rijden na hem de parking voor het hotel op. We parkeren de auto’s en Serguye spot nog wat zand onder het reserve wiel op de achterbumper van de FJ. “I’l kill him” zegt hij lachend. Dat moet dan bedoeld zijn voor een van zijn arbeiders die de auto had gewassen.
Hij gaat ons voor naar de receptie om er zeker van te zijn dat de spijskaart wel in het Engels is, zoals we dat hadden gevraagd. We nemen afscheid van Serguye die hier al 40 jaar in Aktau leeft en Rus is. Wat een aardig man! Hij benadrukt nogmaals dat we geen angst moeten hebben in Kazakhstan voor onze veiligheid en wenst ons goede reis. En als we in Iran zijn dat we hem moeten contacteren.
Ja, Dirk had opnieuw eens een politiestop genegeerd!!

Hier ook al politie die meer problemen creëert dan er oplost!


Van het restaurant naar het hotel is het 6 kilometer maar na 1 km staat een wuivende agent links van de laan. Zoals voorgaande weken negeer ik zijn stopsignaal. Ik had echter niet gezien dat hij een politiewagen had. En met luide sirene rijdt hij nu achter ons aan. Met een joelende luidspreker op zijn wagen gemonteerd hoor ik een Kazaks bevel. Ik veronderstel dat ik moet stoppen.
Wat verder ga ik aan de kant. Ik moet de autopapieren tonen, neen geen kopij maar de originele a.u.b. begrijp ik. Ik moet mee naar zijn auto en zet me naast hem met beide benen uit de auto hangend. Zo kan hij niet weg. Een paar minuten later loop ik terug naar de FJ bij Lieve. Niets betaald alles in orde! Het kantelmoment is er gekomen toen ik over voetbal begon. Astana – Anderlecht probeerde ik. “Ole,ole” zei hij en ik krijg de documenten terug.

Zondag 12 juni, naar Beket Ata.


Het is 10 uur de FJ is volgestouwd, we hebben proviand en water voor vier dagen. Vandaag rijden we naar een van de islamitische heiligdommen, een rit van iets meer dan 350 km.  Asfalt tot aan de petroleumstad Novy Uzen en dan 150 km ‘ we weten niet welk soort weg ?’.
Het is rond de middag als we in Novyy Uzen aankomen en op zoek gaan naar gas en benzine.  Tot onze verbazing vinden we een tankstation dat LPG verkoopt aan 25 Denge ofte 5 oude BF. Pech, ze hebben geen gepaste aansluitnippel.  De andere gasstations met autogas verkopen wat duurder maar 35 Denge bijft nog een koopje. Maar ook daar kunnen we onze tank niet vullen wegens geen gepast koppelstuk. We tanken dus benzine plus 40 liter extra in twee jerry cans. Het tanken van benzine hier in Kazakhstan is een wat enerverende operatie. Meestal heb je de keuze uit twee soorten benzine soms drie. 80, 92 en 95 octaan.  Meestal geen diesel.  Gas koop je in een speciaal station.  Zulke stations zijn  niet meer dan een gastank op wielen. Service in het tankstation is onbestaande.  Eerst moet je aan de kassa zeggen hoeveel liter of voor hoeveel Denge je wil kopen.  Vol  tanken is dus soms niet mogelijk en dan heb je nog het vreemde haantjes gedrag van de Kazaky’s die niet willen wachten tot het hun beurt is…

 

Klik hier voor de video over een paardenreunie op de weg

 

We hebben wat moeite om de weg naar Beket Ata te vinden en rijden nu midden een immens groot olieveld bezaaid met ‘knikkers”, pijplijnen en elektriciteitslijnen.We hebben al twee maal een wagen laten stoppen om de weg te vragen maar de ene stuurt ons Noord en de andere Oost.

We reden midden in een petroleum gebied
Voor meer foto's over onze weg naar Shopan en Beket Ata klik hier


We rijden nu wel in de goede richting. sinds kort is het asfalt (met gaten) overgegaan in pisteweg. Tot onze verwondering is deze weg van goede kwaliteit.  We kunnen dus wat snelheid maken om niet te laat in Beket Ata toe te komen. We moeten tenslotte nog 160 km afleggen en het is bijna 16 uur.

Islamitische heiligdommen in de woestijn.


De eerste ondergrondse moskee die we tegenkomen is Shopan Ata, vermoedelijk gebouwd in de tiende eeuw.  We worden er rondgeleid in de uit kalksteen uitgehouwen grotten, door de Iman. Hij doet  zijn uiterste best om ons met een paar woorden Engels uitleg te geven over de Moskee van Shopan Ata. Het is buiten 38°, in de moskee voelt het fris aan.

Ingang van de ondergrondse moskee van Shopan Ata
Voor meer foto's over ons bezoek aan de moskeeën van Shopan en Beket Ata klik hier

Nog een uur rijden naar Beket Ata, heeft de man gezegd. Al een tijdje rijden we op een smalle krijtrostkam en links en rechts van de piste liggen de valleien en canyons 200 en meer meter dieper . Wij rijden in een gebied met een labyrinth met enge rotskloven, wonderlijke meren  en fel gekleurde en geërodeerde rotspartijen.  Langs deze streken trokken vroeger ook de Zijderoute karavanen.
Beket Ata, een helderziende, genezer en leraar trok zich in dit deel van de woestijn terug op het einde van de 18de eeuw. Nog iedere dag komen hier dozijnen pelgrims om de gunsten van Beket Ata af te smeken. We hebben de vreemdste verhalen hierover gehoord en gelezen.
Het is rond 18 uur we rijden de grote parking voor het heiligdom op.  Slechts een derde van de parking is bezet met voertuigen van pelgrims. Links naast  de parking zien we een helikopter landingsplaats.

Poort naar de moskee

We lopen door de toegangspoort en komen op een soort binnenplein met links een moskee en enkele gebouwen en prieeltjes waaronder vermoeide pelgrims uitblazen van de klim terug van de ondergrondse moskee. We komen aan het eind van het plein door een  tweede poort en staan nu aan de rand van een 300 meter hoge klif.  Een trap voert naar beneden waar we vermoeden dat het heiligdom zich bevindt. Het is al laat op de namiddag en de zon is wat minder hevig er waait een strakke wind en we starten de afdaling naast de grot. Het is nog altijd minstens 30°C!  Het uitzicht is indrukwekkend. 
We hebben over dit heiligdom gelezen en het werd ons ook verteld dat een bezoek en verblijf hier een onvergetelijke ervaring is en dat de mensen terug keren met een geweldige energie. Die energie zullen we zeker nodig hebben als we langs de rotswand de vele trappen naar beneden zien die we ook terug op moeten straks. Als we geiten zien is dit een geluksbrenger want dat zijn de voorvaderen van de geestelijken. We hebben geluk, we hebben al een paar geiten op de steile rotswanden kunnen ontdekken…

2 km dalen en 2 km stijgen bij een temperatuur van 32 graden...
In de de moskee werden we aangemaand mee te doen met de gebruikelijke rituelen, we hebben vroom  deel genomen aan de gebeden en zijn achterwaarts het heiligdom buiten gestapt het hoofd bukkend voor de lage ingangsopening. We zijn aan de klim terug, begonnen na een bezoek aan de heilige grot in de rotswand. Bij ons loopt een familie met een jongen van 12. Die jongen van 12 spreekt een paar woorden engels en dat helpt ons om wat meer te vernemen over deze wonderlijke omgeving.
We moeten twee kilometer terug naar boven.  Er zijn nog weinig pelgrims. Eindelijk! Na een uur zijn we terug op de parking en we hebben er wat knikkende benen van overgehouden.

Overnachten bij de moskee.


We hebben besloten niet in de gemeenschappelijk slaapzalen te overnachten waar mannen en vrouwen gescheiden slapen. We hebben geen geitenkop moeten oppeuzelen en geen kamelenmelk gedronken. We hebben de FJ op het einde van de parking geparkeerd en zijn bezig de tent open te plooien. Eenmaal de tent open is, worden we – als het ware – bestormd door nieuwsgierige bedevaarders en de chauffeurs van bedevaarders die op de parking hun tijd moeten verdrijven tot morgen vroeg.

Op de parking van Betek Ata kregen we gezelschap van Pelgrims maar ook van ettelijke kudden geiten

Rustig eten klaarmaken is er niet meer bij. Enige stellen vragen over de FJ en over de tent, andere zijn geïnteresseerd in onze trip en bestuderen de kaart op de FJ…het is ontzettend druk. Twee jonge pelgrims uit Almaty spreken wat Engels en die tolken voor de andere omstanders. We krijgen zelfs hun adres in Almaty en worden uitgenodigd om hen op te zoeken als we in Almaty zullen zijn.

Zand en modder in onmogelijke combinatie.

De nacht met volle maan op de parking van Beket Ata was rustig. Alle wagens zijn al lang vertrokken en we kunnen rustig koffie zetten zonder nieuwsgierige omstanders. Vandaag moeten we 150 km pisteweg terug tot in de omgeving van het petroleumdorp Uzen. Van Uzen loopt er een 100 km lange weg naar het Noorden en die moet uitmonden vlakbij het dorp waar we verleden week op het stationsplein hebben gekampeerd. De weg zou in goede staat moeten zijn, hij staat wel op de wegenkaart maar niet op onze digitale kaarten van de gps. Als die berijdbaar is dan sparen we ruim 300 km uit.
We hebben in Uzen volgetankt met benzine en ook met gas. In het gasstation hebben we het adapterstuk meegekregen en vanaf nu zou gas tanken hier geen probleem meer hoeven te zijn. Met wat hulp van andere weggebruikers vinden we de weg naar het Noorden en die is in ‘asfalt!’, goede vooruitzichten dus.


Het is al 14 uur ondertussen. De zon straalt buiten is het 36°. We zijn al 15 km op onze weg maar het betrekkelijk goede asfalt gaat over in gaten met asfalt en nog meer gaten. Plots wordt hij smaller en nu rijden we op zand. Hebben we een weg gemist? Het kompas geeft Noord. Dus we moeten we op de goede track zitten. De zandweg is slechts een spoor breed en die wordt nu heuvelig. We denken dat we nog op de bedoelde weg rijden want er lopen rechts van ons elektriciteitslijnen en er moeten ook gas pipelines in de grond zitten te zien aan de horizontale, vanuit de lucht zichtbare, nummerborden die we regelmatig voorbijrijden.
Klik hier om onze video te zien over de mulle zandweg

We houden de vaart erin want het zand wordt steeds muller met het gevolg dat we af en toe over de heuveltop springen. Oh, daar voor ons op de helling liggen stukken rubber en is het zand omgewoeld. Teken van nog losser zand en iemand die hier heeft moeten graven. Lieve moet op verkenning, het ziet eruit dat er hier al meer zich hebben vastgereden. Er is geen alternatief we moeten erdoor. Ik schakel de landversnellingen in en ATRAC ( elektronische tractie controle systeem). Ik spoor de 250 paarden van de FJ en even later rijden we over de top van de heuvel. Gelukt dus!


Kiezen tussen…?


De sporen zijn in zulke getale voor ons te zien dat we nu niet meer het minste besef hebben waar we zijn. Vele schijnen richting Noord of ongeveer Noord te lopen maar we vinden sporen in alle richtingen. De steppe is golvend en dat helpt (soms) om de piste te kiezen waarvan we vermoeden dat het deze is die ginds aan de horizon richting Noord loopt. Welke kiezen? Recht door de steppe rijden is geen optie want we zien af en toe greppels, beken en grote waterplassen en kleurrijke krijtrotsen.
We opteren voor het spoor het dichts bij de elektriciteitsleidingen. Het duurt niet lang en we zien nu ook meer leidingen die ook richting Noord lopen. We zijn in een gaswinningsgebied beland.

Donkere wolken trekken samen in de blauwe lucht. Bliksemschichten, we krijgen onweer. Sergey, in Actau, had ons gezegd dat regen in de steppe een probleem is…Voor onze FJ op 100 meter zien we tussen het steppegras waterplassen. Welke is nu het te volgen pad? Ik moet de FJ rijdende houden, we naderen steeds dichter de grotere plassen, ik wil links een kleine berm over, aan de andere kant ziet het er droger uit en is de grond zwart en dus vaster. Ik rijd trager om niet in de lucht te gaan bij het schuin kruisen van de berm….we rijden te traag….het linker voorwiel zit in een diepe put en de andere drie zakken in het slijk weg.
   

We hebben een takel maar er zijn geen bomen en een gat graven om het reservewiel in te graven om als anker te gebruiken zie ik niet zitten. Onze zandmatten en schoppen dan maar! Het mulle zand is nu geel slijk geworden. Het ruikt naar cement en als het droogt is het steenhard. Het slijk kleeft als leem aan de schop en maakt die loodzwaar en praktisch onbruikbaar. Een kwartier zwoeg ik, het onweer komt steeds nader.

Klik hier voor de video van de FJ in de modder
Lieve heeft een kleine Jeep opgemerkt die uit de tegenovergestelde richting komt aangereden op een spoor een paar honderd meter links en evenwijdig met het onze. We zwaaien met de armen en de Jeep komt onze richting, oef! Maar al gauw maakt hij rechtsomkeer! Hij kan niet tot bij ons. Maar wat verder zien we hem weer in onze richting afdraaien. Deze keer schijnt het te lukken. Wat later stapt een hele familie uit het kleine 4X4 vehikel. De chauffeur ziet onze dramatische situatie en vraagt: ‘Denge’. Ik wuif zijn verzoek lachend weg. Hij keert ten slotte zijn Jeep en vraagt of we een sleeptouw hebben. Uit de dakkoffer haal ik het nog nooit gebruikte gele sleeplint.
Klik hier voor de video van onze redding

We zijn vrij. We zoeken wat pasgeld en overhandigen hem 600 Denge. Als de bliksem maken ze rechtsomkeer en laten ons achter in het aanzwellend onweer. Ik moet nog de zandmatten en de schop en het sleeplint wegbergen…Het water valt met emmers uit de lage zwarte wolken boven ons. Het dondert en ik ben ondertussen drijfnat geworden, nu niet van het zweet maar van de kletterende regen. Ik start de FJ en draai 180 ° voorzichtig om niet opnieuw in een plas terecht te komen. Het is op het gele slijk spekglad. De FJ schuift van de berm waarop ik met de rechtse wielen probeer te blijven maar we schuiven zijdelings enkele meter links weg en.. ja.  De twee linkse wielen zitten weer voor een kwart in het slijk. Hoewel onze banden brede groeven en meer dan 10 mm profieldikte hebben, zitten die vol van het plakkerige gele slijk. Ze hebben niet de minste grip. Echte slijkbanden hebben zeer brede noppen, onze banden zijn geen echte ‘modder’ banden.


Slapen in de modder?


Het giet. We schuilen in de FJ. We zullen hier midden in het moeras moeten overnachten. Opluchting! We zien twee kleine grijze 4X4 busjes op een rechts spoor in de verte. Ik zet de alarmlichten aan. De busjes naderen ons maar ze blijven op hun spoor en rijden langzaam verder in het gele opspattende water. Frustratie! Ik bedenk al hoe we de tent hier moeten opmaken met al dat klevend slijk. We zitten nu al meer dan een uur in de FJ met de airco op volle snelheid om onze kleren wat droog te krijgen. Het regent wat minder, het ziet er zelfs naar uit dat de lucht opklaart. Liever dan hier midden dat slijk te moeten overnachten haal ik de schop uit de FJ. Slijk overal, enkel op de struikjes steppegras heb ik wat houvast.
Het is uiteindelijk weer hulp van een voorbijrijdende steppebewoner - voorzien van een grote schop - dat we uit onze slijk put zijn geraakt. Ik inspecteer nu eerst te voet een mogelijke oversteekplek om naar de piste te rijden waar de twee busjes een paar uur voordien hebben gereden.

Daar moesten we door

Wij zijn op de piste die eruit ziet als een beek. Ik zie op enkele droge stroken dat de busjes op echte modderbanden reden. Wij zullen het dan moeten doen met onze dichtgeplamuurde off-road banden. . Ik check of alle elektronische hulpmiddelen functioneel zijn en merk nu pas – tot mijn grote ergernis – dat de schakelaar voor de differentieel blokkering niet was ingeschakeld!! We hadden ons (mogelijk) zelf kunnen redden!

Snelheid houden en niet van het gas komen. Daardoor slingeren we door de slijkpoelen. Het gele water spat meters hoog en overspoeld meerdere malen de FJ. Ik zie dan niets door de gele voorruit. Het wordt donkerder en we moeten nog 62km (in vogelvlucht) vooraleer we weer in de min of meer bekende wereld komen. Verder rijden is uitgesloten.
Hier sliepen we op de enige droge plaats in de verre omtrek

We naderen een kleine brug en rechts is er voldoende plaats om de FJ te parkeren. Dit is het! Hier kunnen we de tent opentrekken. Om van de emoties wat te bekomen hebben we bij het avondeten een volle fles wijn verorberd. Op ons betonnen verhoog zullen we geen last hebben van de vele slangen die hier in de steppe rondhangen en hopelijk komen de schorpioenen niet onze ladder opgeklauterd!

Nog meer modder.


Alles is opgeplooid en alles is terug droog. Het gele slijk op de FJ steenhard. Spatborden, motorkap en wielen zijn bedekt met kilo’s ervan. Het slijk ligt zelfs op het deksel van de dakkoffer. Ik probeer het meeste eraf te kloppen.
Gisteren hebben we onze voeten en benen proper kunnen maken zonder ze te moeten wassen. Gewoon de slijkmantel afpellen en het overblijvend stof met een handdoek afwrijven.
De FJ is vertrekkensklaar. Lieve is niet helemaal overtuigd dat we de eerste slijkpoel doorkomen die al opdoemt enkele meters van onze betonnen slaapbrug. Dat gaat echter zonder problemen en ook de vele daarop volgende hindernissen neemt de FJ zonder problemen. Een diepliggende rivier veroorzaakt nog wat opwinding. We moeten eerst naar beneden, dan door de bedding om verder weer steil omhoog te klauteren. Met onze bijna 3 ton wegende Toyota een flinke uitdaging.

Onze "dolle" rit
Voor meer foto's over onze dolle rit klik hier

10 km verder, een klein meer. Maar gelukkig is een smalle dam gebouwd waar we kunnen op rijden. Ik schat een kilometer lang en een vrachtwagen breed. We zijn stapvoets over de grote keien gevorderd en er is een tegenligger op een 100 tal meter. Een tweeassige vrachtwagen heeft zich vastgereden aan het begin van de dam. Ik loop naar de mannen toe. Hoe redden we ons uit die situatie? Rechts is er geen water meer maar de grote vlakte lijkt een modderpoel. De vrachtwagenbestuurder maakt me duidelijk dat ik door die vlakte moet. Ik verken stapvoets een mogelijke doorgang. Het moet lukken. We kunnen zonder al te veel problemen van de dam en volgas dwarsen we de vlakte waar tegen de berm uiterst rechts het slijk iets minder diep schijnt te zijn. Er zijn geen zichtbare putten of andere obstakels. Ik geef de FJ de sporen en met 80 km/uur slingeren we door de vlakte de grootste poelen vermijdend. Door de snelheid en de middelpuntvliedende kracht reinigen de banden zichzelf en zonder problemen belanden we wat later op een kiezelweg die steil omhoog richting een doorgang tussen de rotsen gaat.

Nieuwe vrienden.


Halfweg staat een metaalgrijze SUV. We houden halt. De chauffeur is druk doende de voeten te wassen met water uit een fles mineraalwater. We maken kennis met Hans en Krista. Hij is een Duitse diplomaat die nu in Astana tijdelijk verblijft na 3 jaar in Tasjkent te hebben gewoond.

Nieuwe vrienden die net dezelfde ervaring achter de rug hadden

Ze moeten nog wat bekomen van de emoties want ze hebben zich vandaag met hun V8 Touareg al twee maal in de modder vastgereden. De vrachtwagen van daarnet heeft hun de laatste keer gered. Om niet door de rivier te moeten hebben ze een hele omweg gemaakt maar daar hadden ze ook pech. We wisselen wat ervaringen uit en al gauw blijkt dat we de laatste twee dagen al een paar maal dicht bij elkaar waren. Ze hadden ons gespot op de parking van Beket Ata. Zij zijn in de zandpiste, waar wij de rubber hebben gevonden, twee uur blijven steken en ze hebben overnacht in de Touareg een paar kilometer verder dan wij op onze betonnen brug!
Hans en Christa maken een rondreis door Kazakhstan en het volgende doel is Arals’k aan het bijna uitgedroogde Aral meer. Dat willen we ook doen en we besluiten de rit samen te maken. Ik heb een reeks waypoints van een rallyraid, die sparen, afhankelijk van de gekozen weg, 800 of meer dan 1.800 km uit, vertel ik hem.

 

Terug naar Beynue

 

Nog 350 km naar Beynue over een verschrikkelijke weg. Die weg kennen we al van de heenreis naar Actau. In Beyneu zullen we slapen, tanken en de wagens laten ontdoen van het slijk. Zowel de Touareg als de Toyota heeft last van shimmy door het slijk dat nog aan de voorwielen kleeft.
Morgen nemen we dan de rallyraid piste richting Aral meer, een kleine 400 km. Dat zal niet lukken in een dag vermoeden we nu al.
We hebben zonet benzine 92 octaan kunnen tanken maar het gastankstation zit zonder gas. Dan maar de Jerry cans opnieuw vullen om voorbereid te zijn op onvoorziene omstandigheden. De Touareg heeft een tank van 100 liter en in drie metalen Jerry cans in de kofferruimte zitten nog extra 60 liter.
Het enige ‘normale’ hotel in Beyneu is duur maar betrekkelijk net, we kunnen er ook eten. Dank zij Christa en Hans kunnen we ons menu wat meer variëren. Beiden zijn wat Russisch machtig en dat helpt om wat te kunnen communiceren met de Kazakken.

Bjorn en Kirsten die we ontmoet hebben in het hotel in Beynue

Woensdag 15 juni: de rallyraid

Met het paar Noren was het makkelijk communiceren. Björn rijdt met een BMW 1200 adventure en Kirsten met een BMW 650GS motorfiets. Zij zijn op de terugweg naar Noorwegen van een rit rond de Kaspische zee. Het is al 11 uur als we alle inkopen hebben verricht. Nu nog het pistebegin vinden.

De steppe

Het rijdt vlot op de zandpiste door de steppe. Hier en daar is het zand vloeibaar, fezfez dus. Als de wind dan van opzij blaast is de windschaduw zijde van de FJ op een twee drie bedekt met een laag zand. Ruiten en spiegel zijn geelbruin dan. Met de borstel halen we het meeste zand weg.

Weg, fezfez zand
Voor meer foto's over onze eerste dag van onze rallyraid klik hier

In de lucht links en rechts van ons groeien in snel tempo vervaarlijk zwarte wolken. We kunnen zien dat het onder deze wolken al fel regent. Het zand is al een uitdaging – Hans heeft al eens dwars gestaan – regen zou ons doen belanden in de situatie van eergisteren. Dus vaart maken Het begint te druppelen. Ik druk het gaspedaal nog wat dieper in de hoop de regen voor te blijven. De stofwolk achter de FJ is bij wijlen immens en stijgt 50 meter en hoger in de lucht als we door de fezfez razen. Hans rijdt 500 meter achter ons aan om niet teveel van dat stof te moeten eten.

Op de stofferige piste

Het is ons gelukt uit de grote onweersvlagen te blijven. Het is 17 uur en we zullen overnachten in de woestijn. We boffen. We houden halt op een landengte in een groot zoutmeer. Hans wil zekerheid dat we hoog genoeg staan om te overnachten. Dat zal wel lukken want aan de oever van het meer staan we twee meter boven het waterniveau. Een machtige plek en we hebben nog maar een slang en geen schorpioenen gezien. Hans is niettegenstaande, wat ongerust. Het feit dat wij een steenworp verder morgen over een lage aardedam tussen de linkse en rechtse helft van het zoutmeer moeten verontrust hem. Stel dat het toch regent vannacht…

Onze campingplaats aan het zoutmeer
Voor meer foto's over onze tweede dag van onze rallyraid klik hier

Donderdag 16 juni.
Dineren gisterenavond in een zo een decor was vier sterren. Het schouwspel van de ondergaande zon weerspiegelend in het spiegelgladde zoutwater van het meer was betoverend. Slangen en schorpioenen hebben ons niet geplaagd. Trouwens slangen vluchten als je op de grond stampt en voor schorpioenen moet je beducht zijn als je iets van de grond opraapt. De totale maansverduistering hebben wij gemist.
Vandaag moeten we in Beynoi geraken. Daar kunnen we tanken en overnachten. Verder dan dit dorp rijden heeft geen zin want het volgende dorp is Chelkar en dat is nog eens 210 km verder en gezien de weginfrastructuur is dit al een grote dagafstand.

Tussen de kamelen en de paarden....

Behalve veel stof, arenden en de alom tegenwoordige kamelen en paarden heeft de vlakke stepperit niet veel spektakel geboden. Onderkomen voor de nacht hebben we gevonden bij een familie, we hadden nog even hoop te kunnen overnachten in het hotel van de gasfabriek maar dat is niet gelukt. Het enige tankstation inde (zeer) wijde omgeving stond droog! Maar aan de rand van het dorp hebben we benzine 92 kunnen tanken uit 10 liter bussen. De prijs was dan wel 30% hoger maar we kunnen verder

Klik hier voor de video over onze rit over de stofferige wegen
   
Klik hier voor de video over hoe we voorbij werden gestoken door ons eigen stof

 

Volgieten uit bussen inplaats vanuit de pomp

Ook in de afgelegen dorpen wordt er getrouwd. Het enige restaurant in het dorp was daardoor bezet. Achteraan op de binnenkoer was het toch nog mogelijk om te eten. De meeste eetplaatsen waren de typische Kazakse ligtafels “     “. Gelukkig waren er ook tafels en ‘normale’ stoelen voor ons vier.  Zoals elders werden we hier vriendelijk begroet en het duurde niet lang of Christa en Lieve en ook Hans en ik moesten mee op de dansvloer. De directeur van de gasfabriek had ons ondertussen getrakteerd op een piva (bier).

We werden uitgenodigd om mee te dansen
Voor meer foto's over onze derde dag van onze rallyraid klik hier
 
Klik hier voor de video van Lieve op de dansvloer

 

Verder naar Arals’k. “You are welcome”.


Chelkar is de volgende etappe. Van Chelkar loopt een weg naar Arals’k  een weg over 219 km, maar die moeten we niet nemen zeggen de mensen hier. De weg is in zulke staat dat die 2,5 dagen reisweg zou betekenen. We kiezen voor een route die 160 km langer is maar waarvan de staat beter zou moeten zijn.
Het is 18 uur als we aan de rand van de stad aankomen. Een groot tweetalig bord heet ons welkom. Een klein foutje in de Engelse tekst niet ten na genomen. De ‘R’ is in Kazak “P”!

Klik hier voor de video: Op weg naar de Aral zee
 
Dirk en Lieve aan het Aral meer
Voor meer foto's over het Aral meer klik hier

Arals’k dat 50 jaar geleden nog aan de oever van het Aral meer lag is er nu 25 km van verwijderd. Het Aralmeer beslaat nu nog een fractie van wat het voor 50 jaar was. Het gebeuren dat aan de basis van dit ecologisch drama ligt is een te grote afname van water voor de cultuur van katoen in het zuiden van het meer. Het meer strekte zich uit over het grondgebied van Kazakhstan en Uzbekistan. Maar dit is niet het enige probleem! Om het plukken van het katoen te vergemakkelijken heeft men jarenlang sproeimiddelen gebruikt in dosissen die 10 en meer maal hoger lagen dan die de US gebruikte tijdens de Vietnam oorlog om de bomen te ontbladeren. Die chemische substanties zijn in de waterlopen terecht gekomen en hebben het water van het Aralmeer bezoedeld. Door het opdrogen van het meer zijn grote oppervlakten nieuw land vrijgekomen waarop de chemicaliën bezonken waren. Door de winden zijn zand en chemicaliën honderden km rond het meer verspreid en hebben zo de gronden ver van het meer ook besmet. Kankers en andere kwalen tengevolge en een kindersterfte cijfer in Arals’k van 1 op 10!
Dank zij de hulp van de Wereldbank en andere mondiale organisaties is er hoop en beterschap te verwachten. Een 13 km dam scheidt het Noordelijk deel van het Zuidelijk deel van het meer. Daardoor hoopt men tegen 2014 Arals’k weer aan de oever van het meer zal liggen. Voor het Zuidelijk deel is de hoop opgegeven dat hier nog enige verbetering komt.

19 juni richting Zuid Oost.


Om vandaag van Arals’k tot in Dzhusaly te geraken moeten we 550 km afleggen inbegrepen de rit naar de nieuwe dam in het Aralmeer. Dzhusaly staat wat groter op onze wegenkaart vermeld dus kunnen we aannemen dat we er een behoorlijk hotel vinden. Gisteren in Arals’k hebben we in een ‘Familiehuis’ geslapen in het centrum van de stad. Wat we niet hadden verwacht is dat deze familiehuizen in Zuid West Kazakhstan even duur of zelfs duurder zijn dan een hotel en soms is het toilet een klein hok buiten achteraan het pand.
Arals’k is de eerste plaats, sinds Actau, met een gezellige sfeer. Veel volk in de straten ’s avonds en kraampjes die allerlei zaken verkopen.
9 uur in de ochtend en we zijn al op weg. De wegen zouden vanaf nu in een betere staat moeten zijn, zo zegt men toch. Dat klopt, maar goed is toch nog een eufemisme. De weg naar de dam en de dam zelf waren een extreme marteling voor de auto’s: wasbord in alle variëteiten over tientallen kilometer!

Plastiekzakken aan de voeten om de pekstraat over te steken
Het is zondag vandaag maar dat belet niet dat hier in Dzhusaly, waar we net zijn aangekomen, de hoofdstraat van nieuw asfalt wordt voorzien en uitgerekend in deze straat bevindt zich ons hotel. Het heeft wat pek aan de voeten opgeleverd maar het is ons gelukt in het hotel te komen dat ons overigens maar de helft van de kamer heeft aangerekend omdat we er minder dan 12 uur zijn verbleven.
Het vluchtgeleidingscentrum van Baikanur
Voor meer foto's van: Langs Baikanur naar Turkistan klik hier

De volgende stad op onze reisweg langs de M39 ligt is Turkestan en dat is nog 413 km ver. Turkestan ligt op de zijderoute en bestaat al sinds de derde eeuw voor Christus als groot handelscentrum. In 1860 werd het deel van het Russisch keizerrijk. Vandaag zullen we ook Baikonur Cosmodrome voorbij rijden, het Russisch ruimtevaart en raket lanceerstation dat in de jaren 50 werd gebouwd. Het is een ellipsvormig gebied van 90 bij 85 km. Hoewel Rusland uitkijkt naar een andere geschikte basis is Kazakhstan het land waar alle Russische ruimtevluchten vertrekken en dat nog tot 2050. Een bezoek aan dit centrum hebben we niet gepland. Bezoeken kunnen wel maar dat moet zes maand op voorhand langs een agentschap geregeld worden. Ook hier is bureaucratie de spelbreker. In Cape Canaveral , Florida rij je zo binnen!
Het landschap is nog steeds vlak eentonig steppeland afgewisseld met wat groene gebieden waar landbouw wordt bedreven. Dat groen is te danken aan de bevloeiing door de Syrdar’Ja rivier. We hebben geluk de wegen worden enigszins beter naarmate we verder Oostwaarts richting Almaty vorderen. Overal zijn wegeniswerken aan de gang. Meer en meer wegstroken zijn al vernieuwd. Maar na zo een nieuwe weg ( doorgaans 5 a 10 km lang) komt dan weer een strook oude weg of moeten we langs een tijdelijke service weg verder.
18 km voor Turkestan, langs de M36, is er een gedenkplaats ter ere van een legendaire Kazakse muzikant en filosoof Khorkhyt Ata en de uitvinder van het muziekinstrument Kobyz uit de negende eeuw. Er is veel volk op de plek en iedereen wil de zachte muziek horen uit het acht meter hoge windorgel.

Het monument met het windorgel
Het mooie mausoleum van Turkistan
Voor meer foto's over Turkistan en Chimkent klik hier

21 juni, Chimkent.


Chimkent is ontstaan in de 12de eeuw als een caravanserai, ter bescherming van de Zijde Route stad Sayram 10 km naar het Oosten. De stad werd verschillende malen verwoest onder andere door Ghenghis Khan. In 1864 kwam de stad onder de Russische voogdij. In de jaren 30 werd lood ontgonnen en er is nu een middelgrote petroleum raffinaderij.
Het ritje vandaag van Turkestan naar Chimkent was kort maar daarom niet minder gevaarlijk. Naarmate we de stad naderen wordt het verkeer alsmaar drukker en de politiecontrole posten frequenter. Eenmaal heeft een politieagent teken gegeven om halt te houden maar Hans reed voorop en had de zwaaiende man in uniform niet gezien. Wij zijn dus ook maar doorgereden.
Auto’s razen ons voorbij links en rechts, halen andere in over dubbele witte lijnen, vlak voor een heuveltop zonder uitzicht en er zijn nog snellere rijders die de voorbijstekende auto ook nog eens voorbijsteken!

De gekende Bazaar van Chimkent

Nog meer garagebezoek.


Gisteren, in Turkestan hebben we een adres gekregen van een Toyota garage. Die werkplaats moet te vinden zijn een zijstraat van de invalsweg van Chimkent. Het is geen Toyota dealer maar een servicebedrijf. Merkdealers zijn er weinig in Kazakhstan omdat de meeste auto’s ingevoerd worden uit Dubai, US of zelfs Japan. Deze laatste zijn te herkennen omdat ze het stuurwiel rechts hebben.
De wat groezelige garage hebben we snel gevonden. We moeten met de FJ opnieuw naar een werkplaats omdat 1.400 km voordien men de achterste ophanging van de autogastank heeft moeten lassen. Beide lassen waren gebroken! Tijdens de werken heeft de lasser de slang van de rechter luchtveer doorboord en dat moet hersteld worden. Er zijn ook nog wat klappergeluiden weg te werken en de cardanassen moeten gesmeerd worden.
Hans en Christa willen snel verder want hun verlof raakt op en ze willen zo vlug mogelijk terug in Astana zijn. Wij, zullen hier achter blijven. Afscheid nemen is altijd een wat moeilijk moment vooral als we 2.500 km samen hebben gereisd en tal van toffe momenten hebben beleefd. Maar, we zijn uitgenodigd in Astana bij hen thuis. In Astana zouden we dan de nodige ontbrekende visa en vergunningen kunnen organiseren die we nog ontbreken om het eerste deel van onze trip af te maken. Astana stond wel niet op het programma maar recent zijn de meeste ambassades van Almaty – de vroegere hoofdstad – verhuisd naar Astana.
In de garage is het een en al drukte. Voor zijn vertrek heeft Hans de monteurs, in het Russisch uitgelegd, wat ik wens en onmiddellijk wordt de FJ onder handen genomen en krijgen we een rode loper behandeling. Het zal nog wel even duren voor ze in de stad het juiste slangverbindingskoppelstuk hebben gevonden maar ondertussen kunnen we in het Café-restaurant wat op krachten komen.
Auto klaar en ook gewassen en ontdaan van de kilo’s slijk, het is drie uur later en we zijn op weg naar het hotel in het centrum van de stad dicht bij de Bazaar. Het hotel heeft WiFi en we zullen daar onze website kunnen actualiseren.


Ondermaatse internet verbindingen.


Het hotel was OK maar niet de WiFi! De breedband verbinding had dezelfde bandbreedte als een modemverbinding 20 jaar terug. We hebben dus redelijk wat tijd verloren en goed gefrustreerd geraakt. Gisterenavond wilden we naar een restaurant waar live Jazz wordt gespeeld. Toen we uit de taxi stapten waren we wel op het juiste adres maar dit bleek nu een Koreaans restaurant te zijn in plaats van een Jazz club. Het eten was er goed en overvloedig en de WiFi redelijk snel. De baas vertelde ons dat hij en zijn Koreaans personeel allen zijn meegekomen met de Koreaanse aannemers die hier de wegen bouwen in hat Zuiden van het land. We hadden al menen te merken dat de wegenbouw hier iets professioneler was dan in het Westen van het land. Grotere en nieuwere machines in veel grotere aantallen die betonsnelwegen maken met een zeer goede vlakheid.

Dirk maakte een wandeling in het natuurreservaat te paard
Voor meer foto's over ons verblijf in het natuur reservaat klik hier

Te paard door het reservaat.


Vandaag rijden we naar een natuurreservaat verder Zuid Oostwaarts in de bergen aan de grens met Uzbekistan. Dat reservaat bestaat al sinds 1926 en is het grootste van Kazakhstan. Het is het gebied van de wilde tulpen en een paar honderd andere bloemsoorten. Er zijn beren, lynx, sneeuwluipaarden, Ibex en veel andere dieren te zien. In Zhabagly het laatste dorp voor het park zijn twee familiehuizen waar toeristen onderdak kunnen vinden. Een ervan wordt gerund door een Kazaks Hollands koppel. Ze hebben ook een gelegenheid waar we kunnen kamperen en dat is wat we verkiezen. De camping is nog wel in aanleg en ligt op 6 km van het dorp wat hoger in de bergen. Het weggetje ernaar toe is alleen te berijden met een 4X4 maar eens op de plaats aangekomen worden we beloond met een 4 sterren uitzicht. We parkeren de FJ naast een betonnen greppel met fel stromend water. In de greppel spuit een alu buis fris drinkbaar bronwater. Er zijn al nieuwe toiletten meer niet, verder is er het fantastische zicht op de bergen rondom ons met sneeuw tussen de glooiingen op de flanken.
We hadden hier nog wat langer willen blijven maar de druk van de ‘visa’s’ verplicht ons door te gaan. Astana ligt nog 1.400 km ver naar het Noorden, dat is drie dagen rijden. En eerlijk, een tweede dag op de rug van een paard was iets teveel van het goede geweest. En dan waren er ook nog de zwermen stekende paardenvliegen die de paarden vergezellen… 

en Lieve maakte een wandeling te voet. Nu kent ze alle namen van kruiden en bloemen in het Kazaks!
Klik hier voor de foto's van de kruiden en bloemen die Lieve tegen kwam

Naar Astana.


In Chu moet je niet verblijven heeft Lammert op ons hart gedrukt. Gevaarlijke plaats omwille van de drughandel daar. En uitgerekend daar zijn we nu aangekomen. Het is al 18 uur voorbij en het is de enige plaats van belang in de eerste 400 km. We hebben regen en zelfs een heuse zandstorm getrotseerd vandaag om maar niet te spreken van de slechte wegen en de ijverige politiemannen. Het kan niet blijven tegenzitten! Twee hotels, links en rechts van de weg. Wat kiezen? We hebben al geleerd dat we kritisch moeten zijn als het op de kwaliteit van de matras aankomt en de enige manier om ons ervan te vergewissen is een kijkje nemen in de kamers. De kamer die we te zien krijgen is een appartement met salon en slaap- en badkamer en het bed heeft een uitstekende matras. De FJ kan achteraan op een afgesloten parking en er is een restaurant aan de achterkant van die parking.

Balkhash is een slaperige stad aan de bocht van het grote Balqash meer. Hier zullen we morgen de oevers van het meer verlaten richting Karaganda en Astana. 475 km. Wij hebben meer dan 200 km langs de boorden van het meer gereden vandaag en vanaf het moment dat we op de M36 zijn gekomen is de kwaliteit van de weg drastisch verbeterd. We vorderen dus goed en zelfs na een stop in Karaganda zullen we nog voor valavond in Astana bij Christa en Hans aankomen.

Het andere Kazakhstan.


Wij schuiven al een uur aan. Wij zijn in de hoofdstad Astana aangekomen. We rijden van het ene verkeerslicht naar het andere. De wereldkaarten op de deuren van de FJ worden druk bestudeerd. Duimen gaan in de lucht. Wij zijn hier blijkbaar welkom!
Astana is de nieuwe hoofdstad sinds 1998. De plannen voor de stad zijn nog niet voltooid. Het doel van de president is dat tot in 2030 Astana uitgebouwd wordt tot een moderne wereldstad en de hoofdstad van Centraal Azië. De vroegere Russische naam tot in 1992 luidt Tselinograd. Zoals vele steden in de vroegere Sovjet Unie heeft de stad nog meerdere namen gehad. Officieel heeft de tweede stad van Kazakhstan – na Almaty, de vroegere hoofdstad, - iets meer dan 709.000 inwoners. In 1991 waren er slechts 220.000 inwoners met een etnische mix van 30% Kozakken en 70 % Russen, Oezbeken, Tartaren en Duitsers.

Zicht vanuit het 23 ste verdiep van een restaurant
Voor meer foto's van Astana by night klik hier

Het woord ‘Astana’ betekent in het Kazaks eenvoudigweg ‘ hoofdstad’ maar het woord stamt uit het Perzisch. In 1824 zakten een aantal Kozakken uit Omsk af naar de streek en stichtten er een immens grote versterkte vesting gekend onder de naam ‘ Akmolinsk’. In het begin van de 20ste eeuw groeide die uit tot een spoorweg knooppunt en dit zorgde voor een economische boom die duurde tot aan de Russische revolutie. Onder Stalin waren hier Gulag werkkampen gehouden, in het totaal 11. Honderdduizenden werden hier samen met hun families opgesloten. Eens stond hier een kamp Alzhir, Russisch acroniem voor 'de echtgenotes van de verraders van het vaderland' en een van de meest beruchte kampen uit de Gulag archipel, die bestemd waren voor die echtgenotes van de vijanden. Onder Kroetchev moet dit land de tweede grootste producent worden van graan binnen de Sovjet Unie. Er kwamen vele russen als landarbeider zich hier vestigen, wat later aanleiding gaf tot spanning met de lokale bevolking, ook werden er in het begin van Wereldoorlog II door Stalin vele Russische Duitsers naar hier gedeporteerd.

De Baiterek toren in Astana
Voor meer foto's van het moderne Astana klik hier

De hoofdstad Astana.


Astana ligt in centrum noord van Kazakhstan langs de Ishim rivier in een plat woestijnsteppe gebied dat trouwens het grootste deel van het land bedekt. De oudere stadsdelen liggen aan de Noordzijde van de rivier terwijl de nieuwe wijken aan de Zuidkant tot ontwikkeling komen. De hoofd economische activiteit van de stad zijn de overheidsdiensten en politiek. De president laat de oude sovjet Russische gebouwen afbreken en vervangen door nieuwe moderne gebouwen. Overal in de stad zijn grote bouwkranen te bespeuren. Geld van de olie wordt gebruikt om spectaculaire constructies te bouwen die zijn ontworpen door gerenommeerde internationale architecten zoals bijvoorbeeld: Norman Foster.
Vanop het hoogste verdiep van de Bayterek hebben we een prachtig zicht op de aanleg van een heel stadsdeel dat begint bij het presidentieel paleis aan de rivier en voorlopig eindigt aan de scheve conus van het schopping center gebouwd door Foster. We moeten het toegeven, dit is wel het mooiste ontwerp wat we in deze wereld tot nog toe zagen. Er zijn de vele gras- en bloemenperken, de vijvers met de dansende en gekleurde fonteinen, de brede lanen, de mooie gebouwen en dat alles gebouwd rond de centrale as met in het midden de 105 meter hoge Bayterek, symbool voor de mythische boom met het ei van de vogel van het geluk de ‘Samruk’.

 
Klik hier voor de video van de mooie Baiterek toren in kleuren

Christa en Hans wonen op een boogscheut van het nieuwe centrum in een van de talrijke nieuwe wijken. De andere kant van hun straat staat een afsluiting met 6m hoge windvang met ervoor een rij populieren. Daarachter moet een gastenverblijf zijn van de president. Op de hoek bij de ingang wilden we de bewaker nog vragen of we in de juiste buurt waren, maar de man maakte zich druk en beval ons onmiddellijk verder te rijden! Het rijden in de stad vergt trouwens alweer enige gewenning. Twee rijstroken worden omgevormd tot drie aan de verkeerslichten, rechts voorbijsteken om de eerste aan het rode licht te staan en nog meer van die ongewone gebruiken. Toegegeven er wordt hier iets minder getoeterd.

Astana in feest.
Sinds 1998 de nieuwe hoofdstad.
Voor meer foto's van Astana in feest
klik hier

 

Klik hier voor de video van de mooie dans

Reisperikelen.


Astana stond niet op ons reisplan maar het zijn Christa en Hans die ons ervan overtuigd hebben dat sinds kort de meeste ambassades en consulaten van Almaty naar Astana zijn verhuisd. We kunnen zolang we willen bij onze gastheer logeren in afwachting van onze broodnodige visa! Dat komt zeer goed uit. Eerste prioriteit is ons visa voor Rusland, dan deze voor China, Pakistan en India. We hebben van de Belgische consul aanbevelingsbrieven gekregen om onze verschillende visaanvragen te ondersteunen. Dat zou dus vlot moeten gaan, denken we.

We zijn nu acht dagen verder, vele frustraties en ontgoochelingen rijker en bijna in het bezit van ons tweede Russisch visum. Ondertussen is het vijfdaags feest van de viering van Astana al twee dagen bezig en werken de meeste diensten maar op halve snelheid. We hebben het opgegeven hier nog verdere inspanningen te doen voor de visa van Pakistan en India want de informatie hier op de ambassades is dat we dat in België moeten aanvragen. Dat was trouwens ook het antwoord dat we na twee dagen wachten, kregen van een door ons ingeschakeld reisbureau dat voor onze Russische visa zou zorgen. Officieel kan je eigenhandig aanvragen doen maar in feite moet alles over geaccrediteerde reisbureaus lopen althans voor wat de Russische visa betreft.
Hoe we uiteindelijk toch aan een Russisch visa zijn gekomen vertel ik als we na Mongolië en Rusland terug in Kazakhstan of Kyrgistan zijn.

Aan het werk om onze tweede visa aan te vragen voor Rusland
Voor meer foto's van onze rit naar Astana en ons verblijf bij Christa en Hans klik hier

Ons 5 sterren verblijf in Astana

Telkens opnieuw vragen we ons af hoe het mogelijk is dat - in een land waar iemand met een universitair diploma zegt amper 200$ per maand te kunnen verdienen in een openbare instelling - er  zoveel luxewagens rondrijden. Er zullen hier natuurlijk ook uitzonderingen op de regel zijn en zeker in Astana. Er zijn niet alleen de luxewagens. Een bezoek aan zwembad 20 € en meer, 5 € voor een enkele roos, 6 € voor een bier en meer van die voorbeelden. In een café kan men goed en goedkoop eten maar in een wat ‘beter’ restaurant betaal je dezelfde prijs als in Europa.
Goede prijs/kwaliteit hotels vinden wij dank zij reisgidsen of op internet. De prijs voor een hotelkamer verschilt doorgaans niet veel met die van een West Europese maar de keuzemogelijkheden zijn beperkter.

Bij Christa en Hans hebben we het naar onze zin gehad. Een groot huis met tuin vlakbij het nieuwe stadscentrum, een ruime gastenkamer, WiFi en telefoon service en een onvergelijkbaar onthaal! Wij hebben ons gekoesterd gevoeld tijdens ons acht dagen verblijf alhier. Wij genoten van het uitgebreid ontbijt en voelden ons thuis met de drankjes en snoepjes die Christa ons regelmatig toestopte. Kortom een betere verblijfplaats in Astana Kazakhstan kunnen we ons nauwelijks voorstellen. Bedankt Christa en Hans voor de niet te evenaren gastvrijheid en het onvergetelijk verblijf! We zullen dit ondanks de visa en andere bureaucratie hindernissen, nooit vergeten.

Bij Christa en Hans

Woensdag 6 juli: naar Siberië


Het is 17 uur en …. vijf voor twaalf! We hebben eindelijk ons visum voor Rusland. We hebben betaald omdat we ons niet binnen de vijf dagen in Kazakhstan hebben geregistreerd. We moeten ons nu reppen, want we hebben nog 20 uur om de grens van Kazakhstan te bereiken.  Onze meervoudige entry en 60 dagen visa loopt dan af en we willen niet opnieuw veel geld achterlaten hier. Naar de grens met Rusland richting Omsk: 645 km. Dat moeten we kunnen halen.

Astana is in feest!


Astana in feest bezorgt ons een snelle exit uit de stad, weinig verkeer! We belanden op een drievaks snelweg in vlak beton. Die eerste klas snelweg gaat 200 km verder noordwaarts naar het vakantiegebied van de inwoners van Astana. Het is sinds Hongarije dat we nog zo comfortabel hebben gereden over zulke lange afstand. Er is praktisch geen verkeer op de snelweg en de weinige wagens die we inhalen rijden allen steevast op de middenrijstrook. Het landschap is af en toe golvend ook dat is een contrast met 5.000 km vlak land dat we hebben doorkruist in Kazakhstan, met uitzondering van de Zuidelijke weg van Chimkent naar Almaty. We zien bebouwde velden afgewisseld met bosaanplantingen en moeras. Als we deze avond tot in de stad Kokchetav kunnen geraken zijn we halfweg de rit naar de grens. De grens die we morgen kost wat kost moeten oversteken omwille van de vervaldag van onze visa.

Aan ons laatste gasstation in Kazakhstan
Naar boven  
Tweede bezoek

Opnieuw in Kazachstan

 

  

Jaja, we zijn opnieuw in Kazachstan

Langs de Oostelijke route naar het Zuiden.


Iets meer dan1200 km naar Almaty – de vroegere hoofdstad van Kazakhstan - en dan nog 230 km naar Bishek de hoofdstad van Kirgizië. Dat staat op ons reisprogramma voor de volgende dagen. Almaty of ook nog Alma Ata was een belangrijk knooppunt op de vroegere handelsroutes ( sinds de negentiende eeuw door de Duitsers Zijderoute genoemd) van Europa over Urumqui China en verder naar Xian.
Verder dan Semey de eerste stad op onze, Oostelijke route door Kazakhstan, zullen we niet meer geraken vandaag. Verder rijden heeft trouwens geen zin want de eerstvolgende stad met wat betekenis is nog eens meer dan 300 km verder.

 

De Semipalatinsk Polygon een nucleaire test grond.


Langs een bosrijke omgeving naderen we Cemey (vroeger Semipalatinsk genoemd) gelegen aan de Ertis. Bomen hebben we nog niet veel gezien in Kazakhstan. Het land groter dan West Europa is meestal steppe of half woestijn. Of de bomen iets te maken hebben met de Polygon betwijfelen we. Maar we rijden hier wel degelijk langs de Oostzijde van een gebied waar Rusland ten tijde van de koude oorlog (van 1949 tot 1989) meer dan 450 boven- en ondergrondse kernbomtesten heeft uitgevoerd zonder dat de mensen in de omgevende dorpen en Cemey werden gewaarschuwd of geïnformeerd! Kurchatov, een stad met 20.000 inwoners was het wetenschappelijk centrum voor de testen. Het werd gebouwd door Gulag gevangenen vanaf 1947. Aanvankelijk noemde deze site Moskou-400 maar ze werd later hernoemd tot Kurchatov naar de Russische natuurkundige Igor Kurchatov. De geheime stad was een gesloten stad, niemand mocht erin of eruit. Ze werd ook niet op kaarten vermeld.
De totale impact op de omgeving als gevolg van de nucleaire testen werd door de Russische autoriteiten strikt verborgen gehouden tot in 1991. De testen hadden invloed op de gezondheid van 200.000 mensen sommige bronnen spreken over 1 miljoen. Tot op heden heeft de Semipalatinsk invloed op de volksgezondheid. Plunderaars zijn erin geslaagd de onderaardse testgangen binnen te dringen en stelen metaalafval en besmette koperkabels die dan opgekocht worden door China. In China worden van deze materialen goedkope juwelen gemaakt die dan later aan het Westen worden verkocht.

Waar Dirk een riviertje ziet ...dan kan hij het niet laten!
en of het smaakt......

 

Registreren in Kazakhstan.


Op de parking van ons hotel in Cemey staat een oude Toyota 4 Runner met Canadese nummerplaat uit Vancouver British Colombia. Birgit en Graham zijn van het Oosten onderweg naar Europa in een zes maanden durende reis. Ook zij moeten zich nog laten registreren bij de immigratiepolitie. Die registratie moet nog een bureaucratie overblijfsel zijn van de Russische periode. Maar anders dan in Rusland kunnen we niet rekenen op ze de dienst van het hotel maar moeten we zelf naar de politie. Bij de politie kennen ze Preudhomme, voetbalploeg Brugge, Anderlecht! Maar dat belet niet dat we met het vers verkregen document terug naar ons hotel moeten om een stempel te halen. Als we ons haasten kan dat nog nipt voor sluitingstijd van het bureau om half een.
De reis naar het Zuiden belooft niet erg spannend te worden. Wat ons vooral bezig houdt is hoe de wegen er zullen uitzien. Slecht of zeer slecht, duizend honderd kilometer in drie dagen is een makkie (?).

 

Almaty we komen eraan.


Geen pistewegen maar alle kwaliteiten/variaties asfalt krijgen we onder de wielen. Wij zijn Ayaguz voorbij en kijken uit naar een geschikte plaats om te kamperen, maar dat valt niet mee. Er staat een stevige bries en we rijden in een vlak woestijnlandschap. Enige beschutting tegen de wind en tegen nieuwsgierige vodkalovers is toch noodzakelijk. Het begint al te donkeren. We moeten dringend iets vinden! We zijn net een klein dorp doorgereden. Wat verder zien we een mausoleum kerkhof op een lichtjes glooiend terrein een twee honderd meter verwijderd van de hoofdweg. Het kan wat oneerbiedig zijn om naast die plek te kamperen maar we hebben weinig alternatieven. Om 20 uur is het donker en …
Zondagmorgen 4 september. We worden wakker door muziek in het dorp wat verder en door het geroep van een herder. Maar niemand heeft onze nachtrust verstoord ook de wind niet want die werd gebroken oor een nogal imposant mausoleum. We willen wel snel weg. Ontbijten zullen we onderweg doen. De zon staat al hoog en de temperatuur is al over de 24°, het wordt weer een stralende dag 30° en meer en een rit van over de 350 km.
Onze kampeerplaats aan een bergriviertje was subliem enkel de wind was wat te fors om storingsvrij te slapen. De rit vandaag was minder saai dan de dagen voorheen. In Kapchagay, een stad aan het meer Kapcagajskoje Vodochranilisce, reden we door het Reno van Kazakhstan met het ene opzichtige casino naast het nog opzichtiger casino. Geld hebben we er niet gelaten.

We rijden Almaty binnen met de besneeuwde bergen op de achtergrond
Voor meer foto's van onze weg naar Almaty klik hier

We staan al een uur aan te schuiven in het stapvoets verkeer om naar het hotel in het centrum van Almaty te gaan. Het is maandag 18 uur en de stad bruist. Brede lanen met hoge bomen, prachtige zichten op de besneeuwde bergtoppen ten Zuiden van de stad. Zulke stad hadden we nog niet in op onze meer dan tienduizend kilometer tocht door Kazakstan gezien. We zullen hier een paar dagen blijven.

Ook in Almaty hebben ze lekker ijs!

 

Almaty.

Almaty telt 1,3 miljoen inwoners en is dardoor de grootte stad van Kazakhstan. In het Tsaristische Rusland noemde de stad Vernis en van 1921 tot 1994 Alma Ata. De Kazakse naam Almaty betekent rijk aan appelen. Dat is nog altijd zo want tientallen kilometer voor de stad wordt het aantal standjes waar mensen appelen aan de man proberen te brengen steeds groter in aantal.
De grootste bevolkingsgroep zijn etnische russen. Niettegenstaande de stad niet meer de hoofdstad is blijft ze het belangrijkste economisch, financieel en cultureel centrum van Kazakhstan. Ze genereert 20% van het BBP.

In Almaty is het aangenaam wandelen
Voor meer foto's van Almaty klik hier

De stad hebben we verkend te voet. Als je moe wordt van het stappen, ga je aan de kant van de straat staan en in de kortste keren stopt een particuliere auto en voor weinig geld wordt je naar je bestemming gereden. Dit is gebruikelijk in Centraal Azië. De FJ is vijf dagen op de parking van het hotel gebleven. De stad heeft lange rechte brede lanen die zoals in Latijns Amerika haaks op elkaar staan. Er is ontzettend veel groen. Hoge bomen langs beide zijden van de straten, die de huisgevels maskeren, en parken met dichte begroeiing, waardoor je je in een bos waant.
Langer dan vijf dagen hebben we niet. We moeten dringend onze reis verder zetten naar Kyrgystan. In Bishek hopen we onze visa’s voor China, Pakistan en India te verkrijgen en daar kunnen we op hulp rekenen van Carl. Carl s een Belg die sinds verleden jaar een bedrijf heeft in Bishek.


Op weg naar Kyrgystan.


Bishek is slechts 279 km ver en ligt vlak bij de grens met Kazakhstan. Het is donderdag 8 september en bijna 10 uur als alle bagage terug in de FJ zit en we de weg zoeken naar de heuvel met daarop de 370 meter hoge televisietoren. Van daar moeten we een breed uitzicht hebben over de stad. We vinden uiteindelijk de heuveltop maar het uitzicht op de stad is teleurstellend omwille van de gelige smog die de stad bedekt.
Opnieuw laat het LPG systeem ons in de steek. De tank is vol maar de motor sputtert en dit resulteert in een algemeen motoralarm. Het systeem schakelt dan automatisch over op benzine. Ik doe een  check
- met de laptop - van de LPG  ECU (elektronische controle eenheid) en die geeft geen fout! Wat is het probleem? Het systeem had goed gefunctioneerd tot bij het hotel en na vijf dage stilstand een storing?
We zijn al een poosje onderweg en moeten dringend een tankstation vinden want tot in Bishek komen we niet op benzine. Tot overmaat van tegenslag hebben we nu al meer dan vier benzinestations voorbijgereden die droog staan. Ik minder wat gas om benzine te sparen. Het volgende dorp is nog 30 km! Ook daar geen benzine!

Het is ons toch gelukt om een tiental kilometer voor de grens onze laatste Kazakse Denge om te ruilen tegen 92 octaan benzine. Oef, we kunnen verder. We naderen de grensstad Georgiyevka. Het wordt drukker en aan de grens is het een drukte van je welste. Tientallen voetgangers die de grens over willen, een paar auto’s en vrachtwagens en wij.
Naar boven
Derde bezoek

29 september: Terug in Kazachstan

Er is weinig volk aan het loket van de immigratie. Documentje invullen, pas afgeven, een leuk gezicht opzetten voor de verplichte foto en we zijn klaar.  Uit ervaring weten we dat de passagiers, Lieve dus, een andere weg moet volgen dan de autogeleiders. Ik  loop het kantoor uit richting FJ die onder het afdak staat geparkeerd.  Hij is al omringd door een viertal  douaniers. Dat belooft. Paspoort  tonen en eigendomsbewijs van de FJ en de achterdeur openmaken. Verbazing alom als ik de slede met de koffers openschuif.  Een van de mannen merkt onze pepermolen op, die nog niet op zijn definitieve plaats ligt. Hij probeert hem open te maken en ik probeer hem duidelijk te maken dat het maar om peperbollen gaat.  Zijn collega legt hem uit dat dit geen drugs zijn en de inspectie wordt beëindigd. Maar er moet toch nog iets gebeuren. “Röntgen” of zoiets…? Ik begrijp niet wat ze willen.  Een van de vier doet teken om naar de Toyota te gaan en hij neemt plaats naast mij en maakt duidelijk dat ik achteruit moet en dan naar rechts en dan rond en tussen vrachtwagens tot ik aan een grote hangaar kom.  Uitstappen, eigendomsbewijs en pas meenemen en ik wordt naar een kantoortje geleid naast de hangaar.

Een goed half uur later mag ik verder met in de hand een röntgenfoto” van onze FJ. Wat ze zoeken heb ik niet kunnen achterhalen maar ze hebben blijkbaar niets verdachts gevonden en ik ben een röntgenfoto rijker. Nog een laatste douanecontrole en nog een stempel en we rijden naar de laatste controlepost.

Al bij al een redelijk snelle grensovergang zonder problemen.

Voor de derde keer de grens over met Kazachstan

 

De röntgen foto van onze FJ

Geen bancomats.

Wij rijden richting Karaganda, een stad ruim 900 km verder noordwaarts in Kazakhstan.  In die stad waren we ook al verleden jaar en een groot deel van de weg hebben we al eens bereden. Maar eerst moeten we nog Denge (lokale munt) zien te krijgen. In het dorpje op de hoofdweg van de grens naar Almaty geeft de bancomat forfait. We hoeven niet direct te tanken dus kunnen we verder tot de volgende stad Chu, maar daar zijn ook de bankautomaten buiten gebruik. Het is al wel bijna 18 uur maar er is nog een bank open die ons Euros kan wisselen…

Onze eerste nacht in Kazachastan kampeerden we in volle natuur


30 september: Van Chu naar Balchach en verder noordwaarts .

We hebben gisterenavond zo’n 50 km ten noorden van Chu een geschikte plaats gevonden om onze tent op te slaan. Waar we in Bishkek overdag nog volop zomerweer genoten met temperaturen tot 27 °C is de herfst hier al duidelijk ingetreden in Kazakhstan.  Maar het was gisterenavond toch nog 25°C op onze bivak.  Anders was het gesteld vanochtend: 11°C en regen!

Koffiepauze

Deze weg naar het Noorden reden we vorig jaar ook al richting Astana 1.100 km verderop. Veel valt er niet te beleven en de bomen langs de weg rond de stad Chu worden schaarser en schaarser, het landschap wordt, zoals we dat al kennen, typisch de halfwoestijn die het overgrote deel van Kazakhstan bedekt.  En Kazakhstan is uitgestrekt - zo groot als geheel West Europa -.

 Het asfalt is al vele malen opgelapt maar dat belet niet dat ik af en toe moet laveren om de te grote kraters in de wegbedekking te ontwijken, geen tijd dus om rustig te cruisen.  De nieuwe en betere schokdempers en dito achterveren onder de FJ maken dat we nu met groot comfort 20 km sneller kunnen rijden dan voorheen.

Opgepast, voorrang van rechts

Vanavond willen we slapen in Balchach het eerste stadje dat we tegen komen.  Het ligt ten  noorden van het half maanvormige meer.  Het is het grootste meer in Kazakhstan 18.000 km², 620 km lang en 70 km breed.  Evenals het Aralmeer – maar in mindere mate – krimpt het meer door overmatig watergebruik uit de 2 toevoerrivieren, het wordt ook zouter.  Ten Westen heeft het meer zoet water in het Oosten is het zout.

Op de voetpaden is het oppassen:
  • ofwel liggen er buizen over het gangpad
  • ofwel zijn de boordstenen hoger dan het gangpad

1 oktober: Van Karaganda over Pavlodar naar de grens met de Altai republiek

IN Karaganda splitst de weg in noordoost naar Astana en richting noordwest, Pavlodar. De stond bekend om de slavenarbeid in de koolmijnen die Stalin oplegde aan de gevangen genomen en gedeporteerde Duitsers. Het is de derde grootste stad van Kazakhstan (470.000 inw) in 1936 was zij de grootste provincie hoofdplaats van de Gulag Archipel. Zij werd in 1856 gesticht als nederzetting voor het ontginnen van koper.

Het is avond hier in Karaganda en behoorlijk fris.  We zijn tevergeefs op zoek naar een bankautomaat, we vinden er wel maar die zijn ofwel gesloten of defect of ze aanvaarden onze kredietkaarten niet. We hebben nog maar een goede 4.000 Tenge (20€) op zak en daar zullen we het mee moeten stellen om te dineren.

Karaganda ligt achter ons, we zijn op weg naar een andere industriestad Pavlodar. Eens buiten de stad komen we terug in die eindeloze dorre vlakten waar niets is en je niemand ziet. Er is wel wat vrachtwagen verkeer op de smalle weg met de talloze verzakkingen. Van de stad naar het “platteland” is hier in Kazakhstan alsof we een eeuw of langer in de tijd teruggaan. Wat een contrasten!

We hebben geluk met het weer alhoewel we meer noordwaarts rijden stijgt de temperatuur, het wordt zelfs 22 °. Ook de weg wordt beter, een nieuwe asfaltweg waarop de Kazakken al de pk’s uit  hun tweedehands auto’s persen. Audi’s, Mercedes, BMW en Passaat uit de jaren 80 en 90. Maar de weg is nog niet helemaal af en we rijden terug op de schokkerige typische wegen. 

Milieu en polutie dit zijn begrippen die nog ver weg liggen
Voor meer foto's van onze laatste tocht door Kazachstan, klik hier

Zouden de vele meren die we passeren ook zoutmeren zijn?  Stroomt in de riviertjes zoutwater? We vermoeden dat het zo is want al meer dan 200 jaar geleden werd hier aan zoutwinning gedaan. Rond Pavlodar zien we mijnen en industriële installaties.  Hier en daar staan hoge schoorstenen die donkerkleurige rookpluimen de lucht inblazen.  Er is hier duidelijk nog geen groene wetgeving terzake. De regio is een van de rijkste van het land. Dat dankt zij aan de metaal (aluminium), constructie en de petrochemische industrie. Hier is de derde olieraffinaderij van Kazakhstan gevestigd die aangesloten is op de pijplijnen van het Russisch netwerk en olie verwerkt uit het gebied rond Tjoemen in Siberië. Tot in 1992 was Pavlodar een gesloten stad omwille van de tankfabrieken. De stad wordt nu overwegend bevolkt door Russen (150.000) Kazakken (80.000) Oekraïners (20.000) en Duitsers (15.000). De stad wordt door de regering in de gaten gehouden vanwege het hoge aantal niet Kazakken die er wonen.

Het is nog maar 17 uur en we zoeken een hotel. Pech het eerste dat we aandoen is vol maar 500 meter verder vinden we een ander en we worden er getrakteerd op een kamer met salon met groot scherm LED TV.

Tijd om onze reisroute aan te passen op de kaart
Klik op de foto voor groter formaat
Voor onze juiste route zie op de beginpagina onder: Our route - GPS tracks of klik hier
Naar boven
Shipping to Africa 27/03/2016
23/01/2016
16/01/2016
15/01/2016
Depart of part 6
15/01/2016
12/11/2015
29/10/2015
23/10/2015
22/10/2015
Depart of part 5
22/11/2015
21/05/2015
13/04/2015
27/03/2015
20/03/2015
15/03/2015
04/03/2015
25/02/2015
26/01/2015
12/12/2014
18/11/2014
05/11/2014
02/11/2014
01/11/2014
Depart of part 4
01/11/2014
belgium3 17/05/2014
malaysia3 08/05/2014
singapore 07/05/2014
26/04/2014
24/04/2014
brunei 21/04/2014
borneo 09/04/2014
15/03/2014
01/03/2014
26/02/2014
vietnam 05/02/2014
04/02/2014
thailand 11/01/2014
03/01/2014
depart 02/01/2014
Depart of part 3
02/01/2013
27/04/2013
19/04/2013
03/03/2013
03/02/2013
03/01/2013
07/12/2012
08/11/2012
24/10/2012
13/10/2012
03/10/2012
29/09/2012
24/11/2012
23/11/2013
Depart of part 2 23/11/2013
27/10/2011
02/10/2011
30/09/2011
16/09/2011
08/09/2011
02/09/2011
24/08/2011
24/07/2011
10/07/2011
09/06/2011
02/06/2011
15/05/2011
12/05/2011
09/05/2011
08/05/2011
07/05/2011
05/05/2011
05/05/2011
Depart of part 1 05/05/2011